Casus voormalig ministerie van LNV, een schat aan muurschilderingen en een diversiteit aan problemen

Dit is de lezing door Fabian Rasson  en  Elsbeth Denys (Ornament) voor het Kleurhistorisch Platform over muuschilderingen op 11 oktober 2018.

 

Introductie

Goedemiddag. Ik ben Fabian Rasson en dit is mijn Collega Elsbeth Denys. Wij hebben samen een restauratiebedrijf gespecialiseerd in de restauratie van muurschilderingen en stucwerk, alsook materiaaltechnisch onderzoek.

Naar aanleiding van een door ons afgenomen in 2013 heeft Bernice Crijns ons gevraagd te spreken op dit platform. Deze bevond – en bevindt zich nog steeds- in het toenmalige ministerie van landbouw, natuur en voedselveiligheid, kortweg LNV. Dit is gelegen tussen de Bezuidenhoudseweg en de Theresiastraat in Den Haag.

We maken er dan ook dankbaar gebruik van om een mooi ensemble van wandschilderingen uit de wederopbouwkunst voor te stellen.

 

Tien schilderingen en een sgraffito

In totaal hebben wij in dit gebouw gewerkt op tien aparte schilderingen en op één grote sgraffito. Acht van die schilderingen werden gerestaureerd, twee ervan werden onderzocht en gedocumenteerd. Dit werd uitgevoerd in meerdere fasen tussen 2008 en 2014.

Ministerie LNV, © FlippyFlink - Eigen werk, CC BY-SA 3.0,https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=33456487
Ministrie LNV, © FlippyFlink – Eigen werk, CC BY-SA 3.0,https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=33456487

 

 

Het gebouw en haar functie

Het gebouw is ontworpen door architect Gijs Friedhoff, de toenmalige rijksbouwmeester.

Bij de opening van het pand in 1956 bestond het complex uit vier achtereen gelegen rechthoekige hoofdvleugels die op de hoeken verbonden waren met lagere vleugels. De kruisingen tussen hoofd en zijvleugels worden benaamd als kern en het is in die kernen dat zich telkens een ruim trappenhuis bevindt waar op iedere etage op vraag van architect Friedhoff kunstwerken zijn aangebracht. Iedere kern of vleugel is daarbij meestal van een ander type monumentale kunst voorzien zoals o.a. schilderingen, mozaïeken en sgraffiti. Enkel bij de voornaamste vleugel, de ministervleugel, werden meerdere decoratietechnieken toegepast.

Het gebouw werd in gebruik genomen door het ministerie LNV en gedeeltelijk ook door de luchtmacht en die strikte scheiding tussen beide delen zie je nog duidelijk aan de thematiek van de kunstwerken. In 1981 is de luchtmacht er uiteindelijk vertrokken en werd het complex eengemaakt.

Sinds de beginjaren van deze eeuw is men begonnen met een zeer verregaande renovatie van het complex waarbij enkele van de lagere verbindingsvleugels verhoogd werden met extra verdiepingen tot dezelfde hoogte werd bereikt als de hoofdvleugels. Van binnen werd de inrichting aangepast naar hedendaagse normen. Dat betekent dat er heel veel nutsleidingen doorheen het gebouw moesten worden getrokken en dat grote hoeveelheden asbest verwijderd moesten worden, een uiterst destructief werk waarbij de interieurs bijna volledig werden gestript.

 

Zorg voor de wandkunst kwam laat op gang

Die zware renovatie vormde de aanloop naar de restauratie van de kunstwerken. En het was helaas zo dat er in het begin van de renovatie onvoldoende aandacht was geweest voor de kunstwerken. De architect, een groot en voornaam bureau, had oorspronkelijk bitter weinig rekening gehouden met de bestaande kunstwerken. Bij een aantal ambtenaren van het ministerie LNV en de Rijksgebouwendienst gingen toen alarmbellen af. Vanuit de interne Commissie Cultureel Erfgoed zijn zij waar mogelijk de plannen beginnen bijsturen. Enerzijds deden ze dat met een inventarisatie en inwinnen van advies omtrent de aanwezige erfgoedwaardes. Anderzijds deden ze dat door materieel behoud tijdens de werken te trachten te garanderen en indien nodig nadien een restauratie te voorzien. In dit kader dienen we dan ook Anjali Banati, Ria Hoogervorst en Carolien van der Star te bedanken voor hun enorme inzet.

De renovatie verliep stapsgewijs waarbij vleugel per vleugel werd aangepakt, te beginnen in het zuiden. Hierbij was duidelijk merkbaar dat die bescherming en integratie steeds beter verliep, maar in de beginfase is die zorg soms te laat gekomen.

 

Vijf etages vliegkunst als pilootproject

Kern 7 diende als pilootproject voor de restauraties van de kunstwerken. Concreet ging het hier om muurschilderingen op vijf etages in de centrale hal waarmee wij mochten starten.

Per etage was door bouwmeester Friedhoff een andere kunstenaar aangesteld die steeds een groot wandvlak met centraal een grote deur tot zijn beschikking kreeg. Ik overloop kort de schilderingen van deze kern. De luchtmacht zat in deze vleugel, hierdoor heeft de thematiek van alle schilderingen steeds te maken met vliegen. Ik ga dan ook in vogelvlucht over de iconografie van de schilderingen, hierover heeft het ministerie reeds een boek uitgegeven. Alle schilderingen zijn aangebracht tussen 1955 en 1956

Helaas hebben wij geen afbeeldingen die een ruim overzicht bieden op het geheel van een ruimte. Omwille van veiligheidsredenen moesten wij ons strikt beperken tot enkel foto’s van de muurschilderingen. Ook het eeuwig brandende TL-licht zorgde niet voor de beste foto’s. De foto’s die nu volgen zijn meteen de toestand na restauratie.

Muurschildering door Harry Koolen
Muurschildering door Harry Koolen

Op de eerste verdieping heeft Harry Koolen de volledige wand benut voor het weergeven van de mensheid die het vliegen bestudeerde. Het tafereel in het midden beeldt een zwerm vogels af die helaas horizontaal doormidden is gesneden door een verlaagd plafond dat allerlei nieuwe leidingen verbergt. Dit is op iedere etage zo gebeurd.

 

Muurschildering door Chris de Moor
Muurschildering door Chris de Moor

De tweede verdieping toont het werk van Chris de Moor waarbij van links naar rechts een compositie is geschilderd die het opstijgen, het stabiel in de lucht zijn en het landen voorstelt. Helaas zijn we er niet achter

 

Muurschildering door Nicolaas Wijnberg
Muurschildering door Nicolaas Wijnberg

De derde verdieping, mijn persoonlijke favoriet, werd beschilderd door Nicolaas Wijnberg. Zijn techniek was eigenlijk transparant werken, bijna als een aquarel, en hij deed dat wellicht met zuivere caseïneverf.

 

Muurschildering door Rinus van der Neut
Muurschildering door Rinus van der Neut

De vierde verdieping werd uitbesteed aan Rinus van der Neut, een lokale kunstenaar. Hij heeft hier een gemengde techniek gebruikt gaande van zuivere caseïneverf tot lijnolieverf waarbij beiden ook onderling gemend zijn. Zijn inspiratie kon voor de meeste toestellen worden herleid naar één bepaald prentenboek over luchtvaart.

 

Muurschildering door Hans van Norden
Muurschildering door Hans van Norden

De vijfde verdieping, door Hans van Norden. In zijn compositie met felle kleuren en contrasterende kleurvlakken geeft hij een kleine moraalles door de val van Icarus links af te beelden. Verder toont hij ook aan hoe de mens met wetenschap er in geslaagd is te vliegen en te landen. Hier gaat het wellicht ook om een zuivere casëineverf.

 

De materiele opbouw van de ondergrond

Wat voor alle muurschilderingen gelijk opgaat in het gehele gebouw en ook een hele belangrijke karaktereigenschap is, is dat er overal op een gelijke ondergrond werd geschilderd. De pleister bestaat er uit een zwak hydraulische kalkmortel met zeezand met een eerder laag aandeel kalk voor de raaplaag en een wat hoger aandeel kalk voor de toplaag. Die pleister werd vlak gezet met een schuurbord maar behield wel een ruwe, scherpe textuur waarbij de draaibeweging vaak nog zichtbaar bleef. Hier en daar zorgde dat voor zeer specifieke restauratieproblematiek. Op alle schilderingen werd verder geen preparatielaag gebruikt maar werd direct een bleekbeige dunne verf aangebracht.

Bij enkele schilderingen zoals die van Hans van Norden werd er geen achtergrondverf gebruikt maar rechtstreeks op de pleister geschilderd.

 

Restauratieve ingrepen

Naar restauratie toe geldt dat het voor het merendeel standaard handelingen waren waarbij al bij al heel terughoudend gewerkt kon worden. Meest nodig was een reiniging zowel algemeen van stof als meer specifiek van vervuiling van tijdens de renovatie, van verfspatten uit alle periodes, wat kleine graffiti en zeer vaak ook koffiespatten. Op alle schildering kwam terug hoe er blijkbaar lang de gewoonte moet zijn geweest om de koffie op kleine karretjes doorheen het ministerie te rijden want overal zag je dezelfde krassporen en spatten op dezelfde hoogte.

Dat was allemaal zeer evident om aan te pakken. Ook fixatie, consolidatie, invullingen en retouche bleven al bij al zeer beperkt.

Een aparte problematiek was er wel op vele schilderingen door waterschade die wellicht was opgetreden tijdens de laatste renovatie.

Druipend water had heel vaak de schildering lokaal doen verkleuren en bleker worden doordat het had ingebeten in de verflaag.

Dat helemaal wegkrijgen lukte meestal niet en soms is dat door middel van retouche ook opgehaald.

De grootste moeilijkheid was de integratie van de schilderingen in de gerenoveerde ruimtes.

Een voorbeeld van wat op iedere verdieping speelde is dat de architect steeds een deur die in het rechtse muurvlak zat had laten dichtmaken.

Dat vlak was bij de renovatie dichtgepleisterd met een gips die dan nog zeer glad was afgewerkt en soms was daarbij ook deels overheen de schildering gepleisterd. Hoewel dat niet de oorspronkelijke opdracht was kwam dat integreren van die deurvlakken bij ons terecht. Er is daar op iedere verdieping anders mee omgegaan, deels omdat ze aansloot bij een volgende problematiek.

Bij de schilderingen die niet het gehele wandvlak innamen was er een extra problematiek doordat alle interieurs vermoedelijk in de jaren 70 herschilderd zijn geweest met een dikke alkydharsverf. Ook de wanden met schilderingen werden herschilderd waarbij de schilderingen werden uitgespaard met harde randen en plaatselijke overschilderingen. Recenter nog was er opnieuw geschilderd met een witte latexverf waarbij opnieuw fouten waren gebeurd.

Het was eigenlijk voor iedereen wel duidelijk dat we op zijn minst die overschilderde randen van de muurschilderingen terug dienden vrij te leggen tot op de oorspronkelijke laag. We hebben wel bekeken of niet meteen de gehele wand zou kunnen worden vrijgelegd maar dat was enerzijds budgettair niet haalbaar voor de opdrachtgever en anderzijds ook moeilijk om praktisch te regelen door de toxiciteit van de benodigde solventen.

We kregen wel toestemming om in kleine vlakjes te werken. Onze methode bestond er uit om de randen van de schildering maximaal vrij te leggen en de dikke verf van het herschilderen wat af te dunnen. Vervolgens werd de oorspronkelijke achtergrondkleur met moderne verf aangebracht, zacht en uitwaaierend aangesloten op de oorspronkelijke schildering.

Veel aandacht is daarbij gegaan naar het zoeken van geschikte verfsystemen die qua matheid konden aansluiten op het origineel en waarbij de textuur kon worden bewerkt door bijvoorbeeld zand toe te voegen.

Latere ingrepen zoals de dichtgemetselde deuren werden verborgen door het gipspleisterwerk op niveau te brengen en de textuur van de wand er in de verf met zand te imiteren.

Enkel op de eerste etage verliep dat anders.

Het invulmetselwerk en pleister staken daar bijna anderhalve cm uit ten opzichte van het wandvlak. Het pleisterwerk was ook ver uitgesmeerd overheen de schildering, inclusief de rode stucprimer. Waar nodig werd de muurschildering vrijgelegd en daarbij werd nog de handtekening van de kunstenaar gevonden. Het deurvlak zelf werd dan strak afgewerkt langs de randen om de oorspronkelijke deur op te roepen.

Er werd kleuronderzoek verricht op andere deuren die nog oorspronkelijk waren en de oudste grijze kleur werd nog aangebracht op het deurvlak. Iedereen was tevreden met dat resultaat, al blijft dat ene witte wandcontact nog storen.

 

Overige schilderingen

Ik ga nog heel snel de andere schilderingen die door ons behandeld werden overlopen.

Ook nog in kern 7, maar dan op de benedenverdieping, bleek uit oude foto’s dat er ook een schildering moest zijn geweest. Wij onderzochten of deze er nog is. En ja, ze is er nog maar is volledig overschilderd met een dikke alkydhars en op de koop toe nog overstuct.

De ministervleugel bleek echter ook vergeven te zijn van asbest, veel meer dan de andere vleugels.

In kern 1 had dit op de 7de verdieping als gevolg dat een pendant van twee kleine muurschilderingen van Marinus van der Neut links en rechts van een venster wellicht verwijderd zouden moeten worden omdat er asbestkanalen achter in de wand zaten. Wij hebben daarom voor het worstcase scenario een uitvoerige documentering opgesteld van die schilderingen in functie van reconstructie maar ook een hele reeks onderzoeken en testen naar afnamemethodes gedaan. Onze conclusie was dat met de methode technisch mogelijk was, vooral door de erg zachte pleister, maar dat daarbij behoud van de scherpe textuur van de pleister in de schildering een uitdaging zou vormen. Die ruwe textuur is een wezenlijk kenmerk van alle aanwezige schilderingen. Helaas werd vastgesteld dat een te risicovol was omdat door zwakheden in het metselwerk de kans bestond dat de asbest zou vrijkomen. Die twee schilderingen zijn dan ook verloren gegaan. Ze zijn nadien wel gereconstrueerd door Aike De Bin.

In diezelfde ruimte zijn er nog twee schilderingen van Marinus van der Neut. Ook deze zijn gerestaureerd met dezelfde methodes als gebruikt in kern 7.

In kern 2 van de ministervleugel op de 7de verdieping werd gezocht naar een muurschildering van Jaap Bouwhuys die enkel gekend was van deze oude foto. Maar die bleek reeds met muur en al verdwenen te zijn.

Een andere muurschildering van Jaap Bouwhuys was wel nog aanwezig in dezelfde kern . ze was geschilderd tussen twee liften. Deze schildering bleek in nagenoeg perfecte staat te verkeren.

 

Alerte ambtenaren

Dat had eigenlijk het einde kunnen zijn van onze werken en van deze presentatie. Maar helemaal op het laatste van de renovatie is het toch nog eens mis gegaan toen door het team van alerte ambtenaren werd vastgesteld dat het architectenbureau vergeten was rekening te houden met deze schildering.

Achter de wand kwam een nieuwe technische ruimte voor de liften en daar moest nog een deur naartoe gemaakt worden, midden in de schildering. Het was te laat om de plannen aan te passen. Afname van de schildering was nog de enige optie.

 

Afname van een muurschildering

De kennis van opbouw van de twee verloren gegane schilderingen in kern 1 kwam toen goed van pas. Afgaande op onze eerdere onderzoeken achtten wij het ook hier mogelijk om die afname te doen. De schildering was net klein genoeg om in één deel af te nemen, bij voorkeur met behoud van de toplaag van de zachte pleister.

Wij dachten zelf dat de mortel zacht genoeg was om een afname a te doen, maar dat dit onvolledig kon eindigen en we het resultaat van een strappo afname zouden hebben. In ieder geval: het moest snel gaan, het was met veel stress maar de adrenaline hielp wel.

Bij verwijdering van de bescherming van plaatmateriaal en plastic, bleek deze schildering toch nog het meest van allemaal te lijden gehad van waterschade tijdens de werken.

En eigenlijk begon daarna alles gewoon opnieuw voor ons, veel van de eerder tegengekomen schadepatronen kwam hier ook terug. Dan kwam het er op aan te bepalen wat moest gebeuren voor of na afname.

Ik ga het u gewoon tonen aan de hand van de afbeeldingen.

  • Na droge reiniging
  • Na natte reiniging
  • Na een isolatielaag Paraloid B72
  • Na vrijleggen van de randen
  • Het aanbrengen van calquepapier voor de gedetailleerde optekening
  • Na aanbrengen van de 2de facing

Het afnemen zelf begon nogal slecht. Wij hadden gevraagd om tijdens de droging van de facing zeker geen water te gebruiken in de buurt. Toen we wilden beginnen bleek men daar niet naar geluisterd te hebben; de ruimte stond blank.

Verder met de afname dan.

  • Tijdens afname
  • Nog steeds tijdens afname
  • De wand na afname

Uiteindelijk is de afname een onvolledige stacco geworden of gedeeltelijk een strappo. Het is maar hoe je het bekijkt. In ons atelier hebben wij vervolgens die laatste resten van bepleistering verwijderd tot er een zuivere verflaag overbleef. Hoewel er meerdere nieuwe lacunes waren in de schildering waren we toch tevreden van het resultaat.

 

Terugplaatsing van de muurschildering

Er werd beslist om het werk op een aanpalende wand in dezelfde ruimte terug te plaatsen.

Op onze aanwijzingen werd die wand uitgepleisterd met een ruwe kalkmortel naar voorbeeld van de bestaande pleisters. We hebben veel testen uitgevoerd naar een geschikte lijmstof omdat we de ruwe textuur van het origineel absoluut wilden behouden. Daarom moest een lijm gevonden worden met een vullend vermogen. Uiteindelijk zijn we uitgekomen bij een mengsel van kalkcaseïnaat en PVA dat ingedikt werd met krijt. Dat heeft heel goed gewerkt.

Ik laat jullie nu gewoon de opeenvolgende slides zien met het terugplaatsen van de schildering. De beelden spreken voor zich.

 

Experimentele afname-techniek

Ik denk dat het belangrijk is om even stil te staan bij de stap om over te gaan naar afname en daar klaar voor te zijn. Het was voor ons de eerste keer buiten opleidingsverband dat we te maken kregen met een afname. Bij een cursus in het CENCREM in Havanna in Cuba bij Professor Elisa Serrano hebben we de techniek wel praktisch geoefend, maar enkel op modellen.

Elisa zelf had daar veel ervaring mee, eerst opgedaan bij het ICROM in Rome en het Opificio Delle Pietre Dure in Firenze om de techniek daarna in Cuba en Venezuela aan te passen naar hun lokale mogelijkheden. Die inventiviteit is heel inspirerend.

Op de valreep van ons afstuderen in Antwerpen hebben we een schouwschildering a stacco afgenomen met een colettafacing volgens het recept in de publicatie van Mora. Daarbij traden veel complicaties op en in het volgende academiejaar zijn andere studenten er niet meer in geslaagd de facing opnieuw te verwijderen. Bij mijn weten ligt die afname nog steeds in de kelders van het atelier muurschilderkunst van de opleiding in Antwerpen.

Niet de juiste start zou je denken om weer aan een afname te beginnen. Maar toch, door die ervaring zijn we wel verder gaan experimenteren en uitzoeken naar het gebruik van verschillende facings, ook in relatie tot droogtijd, klimatologische omstandigheden en techniek van de schildering. Zoals Elisa Serrano ons had geleerd kan je de technieken die goed zijn in Italië niet zomaar één-op-één overnemen naar de situatie elders.

 

En hoewel het voor wat betreft de schildering van Bouwhuys zowel het afnemen als het terugplaatsen een relatief succes was blijft een afname steeds een horrorverhaal voor ons. Maar het is nu eenmaal iets dat niet altijd te vermijden valt. Het is een laatste redmiddel waarbij nagenoeg altijd schade optreedt, zowel aan picturaal materiaal als aan textuur.

 

Nog een afname in het verschiet

En om af te sluiten tonen we nog even deze schildering, want toevallig starten wij volgende week met de afname ervan. Deze maal is het te doen in Leuven in een oude brandweerkazerne die helaas plaats moet maken voor nieuwbouw. De schildering dateert uit 1964 en werd uitgevoerd in acryl op gips. Ook deze maal gaat het om een strappo afname maar nu moet hij teruggeplaatst worden op een mobiele drager. En dat belooft weer spannend te worden voor ons.

 

Dat was het. Hartelijk dank.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *