Goudleer en vernissen

Goudleer bestaat bij de gratie van . Verschillende vernissen, geraffineerd toegepast, om precies te zijn.

 
Dit is het verslag van de duopresentatie door Martine Postuma de Boer (onderzoeker en restaurator van historische interieurs) en Bianca van Velzen (SRAL) voor het kleurhistorisch platform van 13 oktober 2016
 
Goudleer kent een subtiel spel van reflectie en verstrooiing van licht, gecreëerd door middel van reliëfpatronen en door glansverschillen van de verf. Martine Postuma de Boer gaat in haar presentatie in op een 17e-eeuwse manuscript Het Mechelse Secreetboeck dat een veertigtal vernisrecepten bevat voor toepassing op goudleer, voor iedere verfkleur een andere samenstelling. Heel vergelijkbaar met de afwerking van een ‘Ajami kamer . Recentelijk is ontdekt dat het goudleerbehang van het Lenghenhofje in Dordrecht partieel is gevernist. Bianca van Velzen zal daar nader op ingaan en vertellen hoe de restauratieaanpak wordt bepaald door de informatie in historische recepten en door heel goed te kijken.

 

Goudleer is uitermate kwetsbaar bij , voor je het weet lost de hele boel op, tot op het zilver!

 
 

DEEL I: Desen vernis is puyck!

 

Het is opvallend hoeveel overeenkomsten er zijn tussen het verhaal dat Jessica Hensel eerder op de middag presenteerde over de Damascuskamer en dat van recente inzichten in goudleer.

 
Wat is goudleer?
 
Goudleer is een decoratietechniek die de illusie van goud opwekt, doordat op een drager van leer, bladzilver is aangebracht dat met goudvernis is bedekt. De techniek kwam – vanuit het huidige Libië via Moorse cultuur – vanaf de 16e eeuw in de Lage Landen in zwang. Kenmerkend voor 17e eeuws goudleer is het hoogreliëf. Het reliëf kan ook door handstempels zijn aangebracht i.p.v. met een blokdruk.
 
Meestal zijn er losse vellen goudleer bewaard, zoals de twee 17e eeuwse voorbeelden in Offenbach, in de collectie van het Ledermuseum. Goudleer is gebruikt voor verschillende doeleinden waaronder als wandbekleding . In Nederland zijn er op zo’n 60 locaties dergelijke goudleerbehangsels bekend, zoals de Regentenkamer van het Sint Pietershof in Hoorn en in de raadzaal van het Stadhuis in Sneek.
 
Posthuma de Boer geeft een korte introductie over de makelij van goudleer. Van het prepareren van het leer, het aanbrengen van het zilver, het goudvernis en daarna de kleuren in transparant (lakken) of juist in dekkende (opake) verven. Het gebruik van transparante verven speelt de goudglans een rol en is een belangrijk aspect van goudleer.
 
Wat was het oorspronkelijke uiterlijk?
 
Het goudleer dat we nu kennen is sterk verouderd. Een intrigerende vraag is hoe het er oorspronkelijk uitzag. Dit is volgens Posthuma de Boer lastig te beoordelen.
 

Hier en daar - onttrokken aan het licht - zijn wel wat sporen van hoe sprankeland het moet zijn geweest. Zo is er fraai behouden Nederland goudleer in het Zweedse Slott Skokloster. Foto © www.codart.nl

Hier en daar – onttrokken aan het licht – zijn wel wat sporen van hoe sprankeland het moet zijn geweest. Zo is er fraai behouden Nederland goudleer in het Zweedse Slott Skokloster. Foto © www.codart.nl

 
Posthuma de Boer maakt aan de hand van een aantal voorbeelden specifieke fenomenen zichtbaar:

  • het verschil tussen meer of mindere veroudering
  • een verschil in kleur en een verschil in glans.
  • niet het gehele oppervlak is bedekt met lak, zoals de partijen die we als wit waarnemen.
  • de oppervlakte structuur van leer is weliswaar glad maar heeft wel de huidnerf. Gepolijst goudleer is anders dan een gelakt glad oppervlak.
  • er is sprake van een gelaagde opbouw van vernis met daarop (semi)transparante, glanzende en matte lakken en opake (dekkende)verf. Zo heeft het koperresinaat op zilver een mintachtige kleur en een heel andere toon op goudlak, daar oogt het koperresinaat veel groener van kleur.
  • In de laag die we als zwart waarnemen is mica verwerkt, glinsterende deeltjes.
  • Stempelpatronen doorbreken de hoogglans van het goud en creëren zo een lichtspel.

 
Geen integraal slotvernis!
 
Het spel van glans en reflectie is heel geraffineerd. Dit lichtspel ontstaat door het aanbrengen van textuur en op het oppervlak en door het gebruik van verschillende vernissen op verschillende pigmenten. Door het oppervlak te bekijken met een UV lamp is verschil in reflectie van de verschillende vernissen te zien. De kleuren rood en groen hebben een andere reflectie en ook anders dan de goudkleurige delen.
 
Posthuma de Boer verzorgde een workshop voor de Master-studenten van de Universiteit van Amsterdam. Zij maakten reconstructies gebaseerd op het uitgebreide onderzoek van Andreas Schultze  (professor en goudleerspecialist in Dresden). Hij bestudeerde veel bronnen waardoor het relatief eenvoudig was om de reconstructies te maken. De meest bekende bron is het werk van Fougeroux de Bondaroy (1762), maar daarin staat een vernisrecept die niet blijkt te drogen. Goed drogend vernis en de juiste kleur en glans waren vaak bedrijfsgeheim. Het Mechelse Secreetboek is voor verven en vernissen een bijzondere bron, waarin recepten voor mooie goed drogende vernissen worden gegeven.
 
Martine waarschuwt dat vernissen maken een gevaarlijk en toxisch werkje is. De juiste persoonlijke beschermingsmiddelen èn doorzettingsvermogen zijn vereist: het recept schreef voor dat je het vernis drie uur moet blijven roeren terwijl het wordt verhit tot 245 graden Celsius.
 

Reconstructie Italiaans Goudleer Museo Stibbert, Florence © Martine Posthuma de Boer

Italiaans Goudleer Museo Stibbert, Florence © Martine Posthuma de Boer

 
De resultaten van de goudleerreconstructies gaan de zaal rond terwijl Posthuma de Boer verder vertelt. Het gereconstrueerde goudvernis lijkt vrij oranjerood van kleur en is behoorlijk glanzend in vergelijking met het oude voorbeeld. In verband met de beschikbare droogtijd zijn er twee hele dunne lagen aangebracht, het zou eigenlijk dikker mogen. Verder is een rode lak aangebracht met mastiekvernis. En er zijn verschillende groenen getest, zoals koperresinaat (verdigris in Venetiaanse terpentijn).
 
In de transcriptie door Schulze van het Mechelse sectreetboek is te lezen dat er verschillende vernissen voor verschillende doeleinden werden voorgeschreven. Dit illustreert Posthumus de Boer met een kopie van de ‘Tafel van de naemen vande vernissen’. Vernis voor specifieke kleuren, bijvoorbeeld voor vermiljoen. Vernissen die met elkaar werden vermengd. Zoals een lakvernis met een ambervernis. Vernis werd ook als medium gebruikt voor de verf zelf. Het is duidelijk dat de recepten als doel hebben om specifieke glanseffecten te creëren. Maar ook is het onderduidelijk en roept het nog veel vragen op. Waarom al die vele verschillende mengsels? Waarom al die verschillende verhoudingen? Wat leveren ze precies op?
 
Kortom, concludeert Posthumus, er is nog enorm veel te onderzoeken door reconstructies van oude vernisrecepten voor goudleer!
 
Vragen na afloop
 
V: De ondergrond was die altijd van zuiver zilver, zijn er legeringen aangetroffen?
 
A: Ja, er zijn legeringen aangetroffen. Per land is de hoeveel lood, of koper, verschillend in het zilver. En Eloy Koldeweij voegt toe dat er van een kamerscherm wordt beweerd dat het om goud gaat en tijdens het tijdvak van het historicisme werd goedkoop goud gebruikt en geen zilver. Het  Japans imitatie goudleer is onvoldoende onderzocht om daarover iets te kunnen zeggen.
 
V: Hoe zie jij jezelf en jouw onderzoek naar het goudleer.
 
A: Het goudleeronderzoek heeft meer nuances kunnen onderscheiden. Hoe zijn ze verouderd? Hoe ga je daar mee om? Er is een duidelijke link naar de praktijk, wat komen we nog tegen? Wat betekent dit verhaal over vernissen? Hoe ga je daar bij de restauratie mee om? Waar kijken we nu eigenlijk naar?
 

DEEL II: Origineel goudleervernis

Goudleer ziet er vaak uit als een gepoetste oude schoen, maar er blijken veel meer nuances te zijn.

 
Dit is het verslag de presentatie door Bianca van Velzen (restaurator schilderijen en picturale lagen op alle typen dragers, Stichting Restauratie Atelier Limburg)
 
Burgemeesterskamer stadhuis Maastricht, Oude Raadskamer Stadhuis, Venlo, Regentenkamer Lenghenhof Dordrecht © SRAL Burgemeesterskamer stadhuis Maastricht, Oude Raadskamer Stadhuis, Venlo, Regentenkamer Lenghenhof Dordrecht © SRAL[/caption]
 
Bianca van Velzen had de gelegenheid om drie verschillende goudleerbehangsels te bestuderen via proefrestauraties. Ze bestudeerde de structurele conditie van het leer, de stabiliteit van de (metalen)drager en de picturale laag en werkte samen met een team waarin verschillende disciplines waren vertegenwoordigd.
 
Drie proefrestauraties
 
De drie casussen zijn de Burgemeesterskamer stadhuis in Maastricht, de Raadskamer in het stadhuis van Venlo en de Regentenkamer in Lenghenhof in Dordrecht. De casussen vertegenwoordigen drie verschillende goudleertypes
 
De restauratiegeschiedenis van de drie casussen hadden veel overeenkomsten. In de 20ste eeuw was er bij de restauratiebehandeling meer aandacht voor het leer, dan de picturale laag. Het leer werd soepel gehouden met dressings waardoor – blijkt nu – het leer sterker is verouderd en brosser is, en dat had ook invloed op de picturale lagen. Een verouderd ophangsysteem had direct effect op conditie van het leer en de picturale laag. Doordat het leer is gaan doorhangen splinteren de verflagen af.
 
Bianca van Velzen was gewend om goed te kijken naar verflagen, op textiel, hout, koper en steen, en nu dus ook op leer. Zij vindt het belangrijk om te realiseren dat beschilderd goudleer precies andersom is opgebouwd dan een traditioneel schilderij. In feite is het zilver met goudvernis de basis, de drager, daarop is geschilderd. Bij schilderijen wordt er met vernis geëindigd, gebruikt als laatste afwerking. Dit heeft effect op de restauratiemethode waarmee je een topvernis kunt wegnemen, want vernis is heel kwetsbaar voor polaire oplosmiddelen en voor je het weet lost  de hele boel op, tot op het zilver.
 
Burgemeesterskamer in het Stadhuis van Maastricht
 
De casus in Maastricht bestaat uit een doorlopende oriëntaalse voorstelling. Het is in Engeland vervaardigd. Maastricht is een vlak leer (geen reliëf, stempels, ponseringen) dat is op een vergelijkbare manier als een linnen drager voor een schilderij is gebruikt. De voorstelling is slecht leesbare door de glanzende vernis uit de jaren ‘70 en de nadruk op de verticale naden.
 
Een opvallend kenmerk is de verkleuring rondom de groene bladeren die gemengd zijn uit orpiment met indigo op het leer van de Burgermeesterkamer. Wat is de reden van deze verkleuring?
 
Raadskamer het stadhuis van Venlo
 
Het goudleerbehang in de raadskamer dateert uit 1734 en is ook speciaal voor deze ruimte vervaardigd. Het goudleer in Venlo is n dramatisch slechte conditie met een zeer vervuilde laag. De goudlaag is vervangen door een aangekleurd vernis. Het is een reliëfdruk met mogelijk ingekleurde laag liggende delen (o.a. een groene inkleuring).
 
Regentenkamer in het Lenghenhofje in Dordrecht
 
De Dordtse kamer met het goudleerbehang dateert uit 1756. Het goudleer is gestempeld leer waarvan de picturale lagen in verrassend goede conditie verkeren.
 
Bianca van Velzen toont een details van de testen op het goudleer in het Lenghenhof tijdens de proefrestauratie. Pas na het reinigen is zichtbaar dat de groene delen heel glanzend zijn. Craquelépatronen lijken gerelateerd aan een kleur.  In de blauwe kleur zijn jeugdbarsten te zien, die ontstaan direct na het aanbrengen en tijdens het drogen. Ook is er craquelé in het rood, maar niet in het groen. Geen barst patroon is zichtbaar in de onderliggende goudvernis en bladmetaal.
 
Net als Jessica Hensel bij de ‘Ajami kamer en Posthuma de Boer in de historische recepten, trof Bianca van Velzen verschil in de samenstelling van de laklagen per kleur. Er zijn verfmonsters genomen en analyses verricht. Het oorspronkelijke vernis bleek nog aanwezig. Ook na de proefrestauratie is verder bemonsterd. UV opnames tonen de verschillende vernisfluorescenties per kleur. De goudlaklaag heeft op het gehele oppervlak een gelijke fluorescentie.
 
Bianca van Velzen benadrukt tot slot dat de recepten uit het secreetboek verrassend zijn en leerzaam. Daarmee kun je gerichter kijken en beter kijken. Het helpt enorm als je weet waarnaar je moet kijken, want dan kom je verder.
 
Vragen na afloop:
 
V: Hoe heb je uiteindelijk het vernis verwijderd?
 
A: Dat is afhankelijk van de ondergrond en van de restauratiegeschiedenis. Het oplossend effect is zoveel mogelijk aan het oppervlak gehouden, dus het oplosmiddel kon niet doordringen in de lagen. Verder goed opletten, goed kijken (door de microscoop en met UV lamp) wat er gebeurd en zo voorzicht mogelijk te werk gaan. Dat geldt ook voor het verwijderen van oppervlaktevuil. Verder heb je nog te maken met de leren dragen, zeker het verouderde leer is heel, heel erg kwetsbaar.
 
Middagvoorzitter Mariël Polman benadrukt dat de ambachtsmensen als geen ander meester zijn in het ontwikkelen van recepturen (voor mat, glans, kleur) en in het spelen met het beschikbare licht. Dat is van alle tijden. Maar sommige effecten zijn voor ons tegenwoordig niet meer zo bekend, zoals het voorbeeld dat Bianca toonde van het effect van kaarslicht op onze beleving van goudleerbehang. En voor het kleuronderzoek geldt, nu we na deze presentaties beseffen wat voor kennis er aanwezig was, dat het niet anders kan dan dat de huisschilder dit ook deed. Dat aspect is nu aan bod. Nu je dit weet: let er op bij kleuronderzoek! Kunnen we het waarnemen? Hoe nemen we het waar? Waar nemen we het waar?
 
>> Meer lezen over het NICAS goudleerproject
 
<< Terug naar het programma overzicht van het Kleurhistorisch Platform Licht en kleur, glans en mat.
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *