Glans, matheid en perceptie

Bevindingen over de van glans en matheid bij foto’s zijn ook bruikbaar voor kleurhistorisch onderzoek.

 
Verslag van de duo presentatie door Bill Wei (RCE) en Sanneke Stigter (UvA) op het Kleurhistorisch Platform ‘Licht en , glans en ’ van 13 oktober 2016.
 
Sanneke Stigter (deel I) en Bill Wei (deel II) lichten toe hoe we glans en matheid van objecten waarnemen, een onderwerp waar zij zich in verdiepen in een lopend onderzoek naar foto’s. Hun bevindingen zijn voor iedereen herkenbaar en heeft ook een algemene boodschap waar andere vakgebieden en zeker het kleurhistorisch onderzoek verder mee komt.
 
Deel I: Oppervlak en Uiterlijk. Over perceptie, verschijning en betekenis (van fotografische afdrukken) door Sanneke Stigter (restaurator Hedendaagse Kunst, universitair docent aan de UvA[i]  en onlangs gepromoveerd[ii])
 
Als je creatief nadenkt sluit het onderzoek naar het oppervlak en uiterlijk van fotografische afdrukken goed aan op kleuronderzoek; Sanneke Stigter’s bevindingen gaan vooral over waarnemingen en interpretatie.
 
Waarneming en interpretatie
 
Stigter vertelt dat perceptie gaat over waarnemen en interpreteren. Het is afhankelijk van de vorm. Er zijn allerlei interpretaties mogelijk van dat wat je ziet. Ze illustreert het met haar kleding: groen wollen jurkje, witte katoenen blouse met lange gerafelde manchetten, modieuze gympen met fluorescerende veters. Welke gedachten roepen die bij je op?
 

sanneke-stigter-13-10-2016
 
De een denkt misschien “Mooie veters!” of “Ze heeft gympen aan omdat ze last heeft van haar voeten”. De ander denkt wellicht “hé het zijn secundaire kleuren allemaal complementair aan elkaar”. Perceptie wil zeggen: dat wat je ziet interpreteren door een sociaal culturele achtergrond.
 
Dat betekent dat niet iedereen hetzelfde ziet en dat veel je zou kunnen ontgaan wanneer je verschillende achtergrond hebt.
 
Oppervlak en vorm doen iets met je waarneming, Als je iets omschrijft, omschrijf je het beeld dat je ziet. Sanneke Stigter toont tijdens haar presentatie telkens een paar foto’s en vraagt de deelnemers in de zaal om te beschrijven wat zij zien. Met twee afbeeldingen van eenzelfde foto van een afgesneden portret voor Amsterdamse gevels verplaatst de aandacht naar het beeld. Een van de twee zelfde foto’s is gekruld. Hierdoor tekenen de hoeken en een lichtbaan zich af door de kromming van de foto en verplaatst de aandacht naar de materie. Structuur en materiaal beïnvloeden wat we waarnemen, wat we zien en wat we denken te zien.
 
Tussen die foto’s zitten enkele kunstwerken van Ger van Elk, die Sanneke Stigter uitgebreid  heeft bestudeerd. Ger van Elk werkte met verschillende materialen/media in één kunstwerk, die tezamen een geheel vormden. Na veroudering verkleurden de verschillende onderdelen op verschillende wijze. Daardoor was het niet meer een geheel. Sanneke Stigter neemt het publiek in de zaal aan de hand, begeleidt hen  bij hun waarneming en wijst op de invloed van verkleuring,  van papiersoorten en van krommingen.
 
De voorstelling is gerestaureerd, is het kunstwerk dan ook gerestaureerd?
 
Sommige fotografische kunstwerken zijn gerestaureerd. Sanneke Stigter toont voorbeelden waarbij een nieuwe foto op nieuw papier met nieuwe geschilderde partijen is aangebracht. Al deze nieuwe materialen hebben een andere samenstelling dan die van het origineel. Gevolg: ze verschillen in grote mate in glans. Het beeld van de foto (‘het plaatje’) is gereconstrueerd, maar niet het beeld van de materialiteit van het kunstwerk waardoor een andere waarneming plaatsvindt. De materialen zijn anders, en daarom beredeneert Sanneke Stigter, is het een ander kunstwerk. De kunstwerken van Ger van Elk zijn unieke kunstwerken, de restauraties zijn steeds op eenzelfde manier uitgevoerd; zo ondermijnen zij die uniciteit.
 
Het gaat niet alleen om het plaatje
 
Ger van Elk (1979) Roquebrune. Beschildering op linnen op doek, foto opgespannen alsof het een schilderij is. Foto was sterk verkleurd, naar magenta.
 
Van de verkleurde foto zegt de kunstenaar zelf: “vervang die foto maar”. Het oppervlak is echter uniek, en het voor de foto kenmerkende fotopapier is niet meer verkrijgbaar. Voor de restauratie van dit werk mocht Sanneke een oplossing zoeken. Ze kwam uit op een zogenaamde optische retouche; door het gebruik van lichtprojectie is de kleurbalans van het werk virtueel geretoucheerd. Op deze manier werd niet alleen recht gedaan aan het plaatje, maar ook aan de specifieke eigenschappen van het materiaal. Door deze oplossing te kiezen bleef het materiaal gelijk, zowel het oppervlak als de geschiedenis bleef intact.
 
Hoogglans, zijdeglans of mat?
 
Iedereen kan het zien: tijd wordt leesbaar in objecten. Sanneke Stigter toont een herkenbaar plaatje van een verkleurde jeugdfoto van haarzelf met haar broertje. De foto is destijds twee keer afgedrukt op twee soorten papier. Het gaat haar om de verschillen in kleur, glans en oppervlakte textuur. De rode verkleuring is een kenmerk voor Agfacolor fotoafdrukken, een verschil dat is ontstaan vanwege verschil in chemische samenstelling. De oude foto is afgedrukt op papier met een voor die tijd kenmerkende zijderaster structuur.
 
Sanneke heeft een bijzonder monsterboek van Agfa-Gevaert uit 1972/1973.
 

agfacolor-sanneke-stigter-21-03-1974
Agfacolor (c) Sanneke Stigter 21-03-1974
kodak-sanneke-stigter-21-03-1974
Kodak (c) Sanneke Stigter 21-03-1974

 
Dat wat je aandacht heeft bepaald wat je ziet, dat ligt op je netvlies en dat neem je mee in je interpretatie. Onze perceptie kun je niet meten, daarom is dit onderzoek begonnen. Bij de perceptietesten die zij met Bill Wei tot dus ver heeft  uitgevoerd blijkt het vaststellen van de glans van de zijderaster foto het lastigst te zijn voor de respondenten.
 
 
Opmerking na afloop van de presentatie
 
Bij kleuronderzoek voor restauraties kunnen oude foto’s enorm helpen om te begrijpen hoe de situaties vroeger was. We zijn al blij als er zwart wit foto’s voor handen zijn. Voor de Wederopbouw periode zijn er relatief veel kleurenfoto’s beschikbaar. Mariël Polman wijst er op om waakzaam te zijn bij de interpretatie van de kleuren op die foto’s, want het wil niet zeggen dat ze de oorspronkelijke kleuren weergeven, de foto’s zijn immers sterk verkleurd!
 
 
Deel II: Oppervlakte ruwheid, uiterlijk en perceptie, door Bill Wei (onderzoeker RCE)
 
Perceptie kun je niet zomaar meten. Dit ligt Bill Wei toe met de perceptietest die hij deed in het Erfgoedlab bij Bijzondere collecties. Deze test hangt tijdens zijn lezing op de wand van de zaal. Het gaat om vier posters met een afbeelding van een Van Gogh, Oude Arlesienne (1888).
 
Het schilderij is op iedere poster op een andere wijze virtuele geretoucheerd. De vraag is: welke van de vier heeft jouw voorkeur? Bijna de helft van de ondervraagden kiezen voor een schilderij met integrale retouche, ongeveer een kwart kiest voor het origineel en accepteert de schade. Een deel zag niet dat er een schade of een retouche was aangebracht.
 
Daarnaast toont Bill Wei voorbeelden van ‘gerenderde’ afbeeldingen (term afkomstig uit computergrafics, o.a. gebruikt om filmsterren ongelooflijke stunts uit te laten voeren). Hij vraagt de deelnemers in de zaal welke van twee voorbeelden ‘gerenderd’ is, dat wil zeggen met de computer opgebouwd . Je kunt de test zelf doen op www.screenage.com.au/real-or-fake. Het blijkt voor de meeste mensen heel lastig om te bepalen wat echt is en wat ‘nep’. Je moet begrijpen hoe licht en oppervlakte werkt om goed te kunnen renderen.  Een perzik, zegt Bill Wei, is nog steeds niet goed door rendering na te bootsen.
 
Identificatie en behandeling van materialen en objecten: oppervlakte eigenschappen.
 
Bij de oppervlakte eigenschappen gaat het om kleur (reflectie spectra), textuur / ruwheid , glans en perceptie.
 
Het meten van ruwheid
 
Onze kleurperceptie wordt mede bepaald door of het oppervlak ruw is of glad. Gladde oppervlakte geven minder weerstand dan ruwe. De traditionele ruwheidmeting (tribologie) gebruiken ze in de  autoindustrie. Een hedendaagse meting gaat contactloos, met confocale wit licht profilometrie. Deze heeft als voordelen dat het gaat om een hoogte meting, het gaat snel en is komt niet in aanraking met het oppervlak. Je kunt de oppervlakte textuur beschrijven met deze meters, maar ze zeggen niet alles.
 
Het meten van glans
 
Je kunt glansmeten met een glansmeter. Licht komt op een oppervlakte en dat reflecteert altijd in dezelfde hoek. In principe is een spiegel bv 100% glans, maar een ruwer oppervlak wordt de glans minder dan 100%. Je kunt de glans van verschillende kleuren niet via glansmetingen vergelijken.
 
Glans en ruwheid identificeren
 
Bij de identificatie van fotomaterialen is het Agfa-Gevaert sampel boek uit 1972-73 is als referentiemateriaal heel bruikbaar. Dan kun je een foto identificeren zonder te veel onderzoek.
 
Wat kun je nu via zeggen over glans en ruwheid.
 
Bij een glanstest die Sanneke Stigter en Bill Wei uitzetten vroegen ze mensen om foto’s in de volgorde van mat naar glanzend te leggen. Daarnaast zijn de ruwheid en glans met meters gemeten. De uitslag van de ruwheidsmeting en van de glansmetingen zijn in cijfers omgezet. Hieruit bleek dat een gemiddelde beschrijvende waarde niet veel zegt.  Daarnaast toont Bill het testresultaat waarbij ruwheid (rood) versus glans (blauw) is uitgezet in een grafiek.  Ook dit geeft niet voldoende inzicht. Technische waarden maken het niet duidelijker, dit gold ook voor de meetresultaten van  de glansmeter. Opvallend is dat mensen en meetapparatuur het eens zijn over de meest glanzende foto oppervlak, maar over de andere foto’s zijn mensen, maar ook de apparaten het onderling niet altijd eens. Van de foto met nopjes, het zijderaster, is voor zowel de mens als voor de meetapparatuur lastig  om de mate van glans te benoemen.
 
Samenvattend concludeert Bill Wei dat je meting en perceptie naast elkaar nodig hebt, het gaat om de vraag “wat zie je?”. Je kunt het niet zonder metingen doen en je kunt niet alleen op metingen afgaan. Het onderzoek zoekt verder. Op zoek naar hoe kun je helpen beoordelen “wat zie je?”.
 
Opmerking na afloop van de presentatie
 
Bill sluit af met de uitnodiging om deel te nemen aan het socratisch dialoog “Verkleurd, en dan?” op 30 november 2016.
 
Aansluitend vraagt de middagvoorzitter Mariël Polman aandacht voor de nieuwe uitdaging: hoe nemen we bij kleuronderzoek, verkleuring, glans en mat waar? Hoe noemen we het? Wat spreken we daarover met elkaar af?
 
<< Terug naar het programma overzicht van het Kleurhistorisch Platform Licht en kleur, glans en mat.
 
[i] http://www.uva.nl/over-de-uva/organisatie/medewerkers/content/s/t/s.stigter/s.stigter.html
 
[ii] Stiger, S., Between concept and material. Working with conceptual art: a conservator’s testimony, PhD thesis, Faculty of Humanities, Institute Amsterdam School for Heritage and Memory Studies, 2016
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *