Reactie op Agenda Cultuur 2017-2020 en verder. Advies van de Raad voor Cultuur 8 april 2015 van Stichting Onterfd Goed

SOG_LOGO_ZWART_GEEL

Het advies bekeken vanuit een museologisch collectie-perspectief, door Dieuwertje Wijsmuller

 

Het document Agenda Cultuur 2017-2020 van de Raad voor Cultuur biedt een breed advies voor de minister van Cultuur om haar beleid op af te stemmen voor de komende jaren. Culturele instellingen moeten gestimuleerd worden een eigen herkenbaar profiel te ontwikkelen. Dit is zeer belangrijk. Alleen met een helder profiel kan je als instituut je bestaansrecht uitleggen. Musea zouden hierin een grote slag kunnen slaan, zeker op collectiegebied. Met het specialiseren van je collectie kunnen de beheerskosten gedrukt worden, mits het bruikleenverkeer tussen musea nog veel makkelijker wordt dan het nu is.

Zo zouden bijvoorbeeld de musea rond het Museumplein in Amsterdam, wat kunst betreft, duidelijke afspraken kunnen maken; Het Rijksmuseum beheert en verzamelt werk tot 1900, het Stedelijk Museum van 1900 tot nu. De uitzondering ligt bij de werken van Vincent van Gogh. Deze worden alleen door het van Goghmuseum verzameld en beheerd. Wanneer gewenst, kan men vrij van elkaar lenen. Zo zit men niet in elkaars vaarwater wat acquisitie betreft.

Wellicht is het stedelijk denken op dit onderwerp te klein, en moeten we nationaal denken. Nederland blijft een klein land met korte reistijden. De specialisering die plaats heeft in steden (Arnhem Modestad, Tilburg Dansstad) kan doorgevoerd worden in de collecties van de musea die daar staan.

Bij doorvoering van dit idee, zou het kunnen zijn dat sommige musea overblijven met niets. Ze kunnen geen helder profiel neerzetten en beheren collecties die eigenlijk in andere musea beter tot hun recht komen. Vervelend, maar wel goed als dit gebeurt. Dan worden musea gedwongen goed over zichzelf na te denken of wellicht zichzelf op nieuw uit te vinden. Daarbij vind ik de vraag of elk museum zijn eigen collectie moet beheersen, of ook zonder collectie een museum mag blijven, relevant in deze tijden. Als bruikleenverkeer daadwerkelijk vergemakkelijkt gaat worden, biedt het niet hebben van de burden van een collectie, veel voordelen

Deze vorm van profilering is overigens niet alleen toepasbaar op kunstmusea. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor openluchtmusea. Collecties van deze instellingen hebben veel overlap. Als men nu spreekwoordelijk alle collecties op 1 hoop gooit, hier verzamelthema’s uit abstraheert en men onderling besluit welk museum zich over welk thema ontfermt, kan er beter geprofileerd worden. Dit houdt overigens niet in dat deze musea zich in hun presentaties alleen nog maar mogen focussen op het thema dat zij verzamelen. Het geeft echter een richting en een helderheid die het mondige publiek van tegenwoordig, graag ziet.

Het op één hoop gooien van deze collecties en daarna thematiseren helpt ook in een ander probleem; de grote hoeveelheid dubbelen in de collecties wordt hierdoor verminderd. Er ontstaat overzicht in de collecties en de beheerskosten worden gedrukt. Hiernaast biedt het ook een kans om deze objecten zichtbaarder te maken. Hoe meer er in het depot blijft hangen, hoe minder er zichtbaar is. De Raad noemt terecht ook dat cultuur – in dit geval cultureel roerend erfgoed – haar waarde voor een groot deel ontleent aan het feit dat het gezien wordt. Erfgoed gaat pas leven als het communiceert.

Het gezamenlijk waarderen en selecteren van gelijke collecties biedt direct een mooie experimentele vorm van samenwerking, waar zowel de Raad als de Minister groot voorstander van zijn.

Waar met geen woord over gesproken wordt, maar waar ik in de dagelijkse praktijk wel tegenaan loop, is dat de mate van registratie die nodig is om de digitale zichtbaarheid van collecties te vergroten, veel lager is dan gedacht. Ten tijden van het Deltaplan en daarna is er geld vrijgekomen voor musea om collecties te registreren en eventueel digitaliseren. Nu wordt door subsidiegevers voorondersteld dat de registratie en digitalisering van museale collecties bijna volledig is. Helaas is dit absoluut niet het geval. Veel musea lopen achter op dit gebied. Door de bezuinigingen in de museale sector is dit niet beter geworden.

Ik pleit voor een nieuwe regeling om musea te ondersteunen op dit gebied. Zolang men niet weet wat zich in de collectie bevindt, is het selecteren en waarderen van de collecties op objectniveau niet mogelijk. Ik denk dat hier ook de grootste drempel tot intensievere samenwerking op collectieniveau (zoals hierboven beschreven) ligt. Als je als museum moet toegeven dat je registratie niet op niveau is, voelt dat als gezichtsverlies.

Met extra geld hiervoor kunnen deze achterstanden ingehaald worden en kan er gericht gewerkt worden naar een nationale samenwerking op verschillende collectiegebieden. Een grote investering nu, met een grote opbrengst op de lange termijn.

Veel musea en overheidsinstellingen zijn bezig met het inkrimpen van hun collectie. Dit is een tijdrovende en dure klus. Hiervoor zijn echter geen subsidiegelden beschikbaar. Het Mondriaanfonds heeft hier projectgelden voor, maar dan moet het project experimenteel zijn of heel vernieuwend. Dit, terwijl musea het al ingewikkeld genoeg vinden om aan een dergelijk project te beginnen. Het ligt namelijk niet in het DNA van de museummedewerker om te ontzamelen. ‘Verzamelen’ is altijd het credo geweest. Het zou mooi zijn als er voor ontzamel-, of herbestemprojecten eenvoudiger geld vrijgemaakt zou kunnen worden. Ook hiervoor geldt dat dit investeringen zijn, die zichzelf later terugverdienen.

Minister Bussemaker heeft al gereageerd op het advies. Zij is positief. Ze wil het accent leggen op de maatschappelijke waarde van cultuur en het belang van creativiteit. Ook vindt ze het belangrijk dat men blijft inspelen op de veranderingen in de maatschappij en meer gaat samenwerken. Ik ben hier helemaal voor, maar vind wel dat dit alleen maar kan als de basis van de instellingen goed en stevig is. Voor musea en andere collectiehoudende instellingen betreft dit de collectie. Meer focus hierop zou dus gewenst zijn.

Den Bosch, 13 april 2015

Links:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *