Teer, historie en toepassing

teerTeer is veelvuldig gebruikt bij boerderijen. Piet den Hertog (Bureau Helsdingen[1]) geeft een historisch overzicht hiervan, het is nadrukkelijk geen chemisch verhaal. Aansluitend presenteert Anouk van Nieuwburg (student Pedagogische Technische Hogeschool Eindhoven)[2] haar proefopzetten van teer(vervangers op het Platform Kleur in en op Boerderijen.

Het gebruik van teer bij boerderijen

Teer is terug te vinden op houten en ijzeren onderdelen (gewenst gebruik) en in de schoorsteen in brandmuur (ongewenst gebruik). Soms zit teer op hergebruikt materiaal, zoals tegen regenslag ingeteerde scheepsluiken, die als deuren in boerderijen zijn teruggevonden,

Een van de oudste verwijzingen naar het gebruik van teer is voor Noah’s Ark, naar verluidt werd die ‘bepekt’. Verder is teer vaak de basis van medicijnen. Het is een oud materiaal met lange historie, gaat om meer dan alleen houtbescherming.

Er zijn keuren en verordeningen in de steden met het verbod op teren [red. welke periode?], vermoedelijk omdat door het teren het houten gebouw nog veel brandgevoeliger werd. Het gebruik werd daarmee van stad naar platteland verbannen.

Verondersteld werd dat het teren thuis hoort in het oosten van het land met de vele houtbouw en schuren, maar die theorie is niet vol te houden. Door heel Nederland is hout geteerd, bijvoorbeeld ook tabaksschuren en vakwerkhuizen.

Er lijkt een ontwikkeling van stad naar platteland van rijke naar arme huizen. “Als je het kan betalen dan liet je de schilder komen, zo niet, dan pakte je zelf de teerkwast.”

Teerproductie

In een bouwbestek te Schermer uit 1636 staat het volgende genoemd: “de wegen (de horizontale planken) teren”. Twee maal teren met Stockholmer teer, de oudste teersoort is een houtteer. Deze is niet zwart van kleur maar bruin.

Op de Veluwe maakten ze houtskool door hout te stapelen tot een luchtdichte hoop. Onder gecontroleerde omstandigheden met lage temperatuur en weinig zuurstof ontstond houtskool, waaruit de vluchtige stoffen verdwenen. Houtteer vraagt een slimmere aanpak, je maakt een trechter, door de stammetjes andersom te stapelen. Het rook komt tegen het plafond van de plaggen. Alles, zowel de vloeibare als vluchtige stoffen vang je op in vaten.

De samenstelling van houtteer is niet goed bekend, het is een complex vetzuren uit hout, terpentijn. Het houtsoort maakt uit, de wortels van de grove den zou de beste teer maken.

Koolteer bestond al maar komt op in de 19de eeuw met de oprichting van gasfabrieken, voor de productie van brandbaar gas voor gasverlichting. Het gedestilleerde koolteer is een restproduct van de gasproductie. Deze koolteer kan verder gedestilleerd en bewerkt worden. Hierdoor ontstaan producten als carbolineum, pek en harpuis.

Teerproducten en hun toepassing

Houtteer past bij houten onderdelen van voor de 19de eeuw. Den Hertog’s ervaring is dat het afspoelt in tegenstelling tot koolteer. Het lijkt vaak dwangmatig toegepast, laag over laag. Koolteer geeft een dekkende, dikke dichte laag, met als nadeel dat het niet ventileert en het vocht in hout blijft opgesloten. De boktor eet het hout dan op en er blijft een dikke teerkorst over. Het voordeel van koolteer is dat het goedkoop is omdat het gaat om een restproduct. Het nadeel van koolteer is de grote hoeveelheid PAK’s (polycylische aromatische koolwaterstoffen). Door zijn giftigheid is koolteer een goede houtbescherming, maar omwille van gezondheidsredenen sinds 1996 niet meer in de handel. Hoewel Den Hertog verteld dat koolteer in fabrieken onder goed geconditioneerde omstandigheden nog mag worden gebruikt.

Black varnish zou veel gebruikt worden op plinten en ijzeren onderdelen.

Harpuis was flink duurder dan koolteer, en is volgens Den Hertog nu weer in de handel en een mooi materiaal. [redactie: is volgens de Winkler Prins (1951) een mengsel van hars, gekookte lijnolie en hard vet]

De huidige alternatieven voor koolteer

Den Hartog noemt drie alternatieven:

  • Stockholmer teer is weer terug van weggeweest, in combinaties met lijnolie.
  • Ook zijn er producten uit bitumen (een aardolie product). Dit is minder hard en minder bestand tegen UV. Op teervervangers staat nauwelijks productinformatie.
  • Bruinoleum is niet gelijk aan carbolineum, het bestaat uit dierlijke vetzuren. Het zou niets met teer te hebben maken.

Aansluitende delen de aanwezigen op het Platform ervaringen uit:

  • Een bepaald mengsel van uitgekiende materialen, daarin zou de oplossing voor een goede teervervanger kunnen liggen. In Lage Vuursche op een schaapskooi is een mengsel van carbolineum met koolteer aangebracht, dat werkte goed, een zwarte kleur met beschermende werking van het carbolineum.
  • Voor de oude scheepshouten luiken werd een oud recept gebruikt van half om half in zwarte en bruine teer [redactie: in sommige documenten word bruine teer beschreven als houtteer, in andere als teer uit bruinkool, een soort jonge versie van steenkool]. Strookjes doek, “persenie” (?) ging zuiver in de bruine teer om het elastischer te maken. Er wordt opgemerkt dat bruine teer mooi is, en dat het in meerdere lagen wordt opgezet.
  • Iemand gebruikte ooit eens afvalolie van de garage.
  • Voor twaalf meter hoge Zeeuwse boerderijschuren werd teer in België gehaald, bij de haven. Ze hebben veel uitgeprobeerd, ze moeten altijd een hoogwerker huren, dus het is lastig om het ieder jaar te moeten doen. Teervervanger op basis van bitumen vinden ze heel duur, maar heeft op dit moment wel hun voorkeur omdat het zwart is en glanst. [redactie: in hoeverre komt de intens zwarte kleur van de teervervanger overeen met het zwart van het teer dat het vervangt?]
  • Een ander bruikbaar product is een Canadese beits [red.: een beits op lijnoliebasis].
  • De ‘eco-schurenbeits’ zou ook interessant zijn. [redactie: hiervan is de samenstelling onduidelijk, jammer genoeg vermelden de technische gegevens niet waaruit de “100% natuurlijke grondstoffen” bestaan.]

 


[1] Op www.agriwiki.nl is o.a. het hoofdstuk over teer te vinden uit de publicatie Kleur op boerderijen, waar Piet den Hertog aan mee werkte.

[2] Het literatuuronderzoek naar teer en de bevindingen van de proeven door Anouk van Nieuwburg komen/zijn in pdf beschikbaar via Collectiewijzer.nl en via Monumenten.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *