Facelift of veroudering | Hoe doe je recht aan kleur en schilderingen tijdens restauraties?

In vogelvlucht enkele belangrijke aandachtspunten voor restauraties, gepresenteerd door B.Crijns tijdens een lezingencyclus over Het  op de Restauratiebeurs 2013.[i]

 

openingsdia: Facelift of veroudering?Kwetsbare huid

Op de openingsdia laat ik u onderzoeker Van Eikema Hommes zien.  [Afb. 1] Zij onderzoekt één van de geschilderde kamers binnen het Vidi-project From Isolation to Coherence. Een project gefinancierd door NWO, waar de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed één van de partners is. Van Eikema Hommes overtuigde NWO dat 17e en 18e eeuwse geschilderde interieurensembles een rijkdom aan nieuwe kennis kunnen verschaffen. Én zij overtuigde dat er haast bij was. Want interieurs zijn kwetsbaar erfgoed, door hun dagelijks gebruik en restauraties. Ja, inderdaad, ook door restauraties, hoe zorgvuldig zij ook worden uitgevoerd. Bij restauraties van interieurs wegen de wensen en eisen voor dagelijks gebruik in belangrijke mate mee.

De afwerking, de materialisatie, van het interieur is het meest kwetsbare onderdeel. Hoe kun je met die kwetsbare ‘huid’ omgaan, het respecteren binnen het totale restauratieproces? Dat is niet altijd even eenvoudig. Het is echter wel mogelijk. De basistip daarvoor luidt: “the better you look, the more you see[ii].

 

if you look good you see moreLook better

Met “the better you look, the more you see” bedoel ik natuurlijk niet de looks van prachtige mensen [afb.2]. Waarbij opvalt dat mensen niet alleen graag hun interieur veranderen, maar ook hun looks. Ook prachtige mensen. Als ze jong zijn doen ze dat om te voldoen aan een ideaal beeld. Als ze ouder zijn doen ze het vooral om zo rimpelloos door het leven te gaan.

Bij het zoeken op internet naar afbeeldingen van een facelift ging een wereld voor mij open. Er wordt heel wat gespeculeerd. Welke ster veroudert op natuurlijke wijze? Welke ster heeft wat laten doen; botox, facelift, implantaten of nose job? De personen waar het over gaat houden wijselijk hun mond. Geven niets prijs. Niets.

U vraagt zich nu af: wat heeft dit in vredesnaam te maken met restauratie van schilderwerk? Nou dat zit zo. In het niet weten wat er met die gezichten is gebeurd, daarin lijken zij erg veel op onze historische interieurs. Want ook interieurs geven op het oog niets bloot over ingrepen uit het verleden. En bij dat niet weten, hoe het was, wat er is veranderd, en hoe dat is gedaan, daar wil ik bij stilstaan. In tegenstelling tot het gespeculeer over beroemdheden kunnen we bij interieurs verder komen dan aannames. Er is wel degelijk één en ander te achterhalen. Mits we bereid zijn: “to look better”…

 

Goed geïnformeerde restauratiekeuzes

Als je goed kijkt, weet je wat je in handen hebt. Als je weet wat je in handen hebt zijn goed geïnformeerde restauratiekeuzes mogelijk. Restauratie onderscheid zich hiermee van renovatie. Restauratie onderscheidt zich van renovatie door bestudering, analyse, onderzoek en documentatie van de bestaande toestand. Vooraf aan de restauratie, zowel als tijdens de restauratie. Dit heeft voordelen. Ik zal nader ingaan op die voordelen, te weten:

1) de voordelen van het onderzoek doen;

2) de voordelen van het inpassen van onderzoeksresultaten in de restauratieuitvoering.

Twee stappen die niet altijd van zelfsprekend zijn en vragen om extra alertheid bij het vormgeven van een restauratieproces.

 

Zeedijk, 16de eeuws geschilderd balkenplafond

Wat zijn de voordelen van onderzoek doen vooraf aan de restauratie?

Dat onderzoek doen een goed keuze is, geldt voor alle historische interieurs. Of het nu een bouwval betreft [afb 3] – zoals op de Zeedijk, waar een bijzonder 16e eeuws beschilderd houten plafond met renaissance motieven van sloop is gered en gerestaureerd werd herplaatst – of een geschilderd 18e eeuws vertrek [afb 4] in Hoorn.

  • Kleuronderzoek wees uit dat een vergeelde groene verf hoort bij de periode van het beschilderde linnen op de betimmering.
  • Uit pigmentanalyse bleek dat het ging om een mengsel van pruisisch blauw, napelsgeel en loodwit.
  • Kleurproeven met deze authentieke pigmenten (geen moderne vervangers) gaven een indicatie van een, niet vergeelde, vers aangebrachte verflaag.
  • De mengkleur uit deze kleurproeven werden voor de nieuwe schilderbeurt vertaald in proefvlakken met een moderne verf.

Wat leert dit voorbeeld ons? Goed kijken vindt plaats op verschillende niveau’s. Kijk, naast wat de architectuur te vertellen heeft, ook een laag dieper. Kijk naar de materialisatie èn de samenstelling daarvan. Een restauratie kan daarmee significant aan kwaliteit winnen.

Het interieur komt tot leven

Kortom wilt u zoveel mogelijk authentiek resultaat dat strookt met het aanwezige historische karakter? Doe dan onderzoek voordat er plannen voor een restauratie worden gemaakt. Voordat de steiger staat. Voordat de opdracht is verleend. Voordat de boel is ontmanteld. De zin van onderzoek wil ik met de volgende twee voorbeelden illustreren.

afb. 5: voor onderzoek links een gemiste kans en rechts een walhallaAfb. 5 links: In dit vertrek zien we kale wanden, de betengeling is grondig verwijderd. Over de kleurige uitmonstering van het gehele vertrek door de tijd heen is geen compleet beeld meer op te roepen. Bij onderzoek naar de historisch materialisatie doet het gehele ensemble er toe. De relatie die de verschillende onderdelen (wanden, vloeren, plafonds) met elkaar hebben. En de relatie die zij hebben met de bouwgeschiedenis en de geschiedenis van de gebruiker. Zoals we bij het volgende voorbeeld kunnen zien.

Afb. 5 rechts: Die context was in deze situatie wel goed te onderzoeken en gaf een schat aan informatie. De situatie ziet er voor velen in eerste instantie schrikwekkend uit, terwijl het voor een onderzoeker juist een walhalla is. Het gehele pakket is intact en geeft een enorme schat aan informatie. Bijvoorbeeld dankzij de referentiecollectie van de Stichting Historisch Wandbespanningen en Behangsels, waar de heer Harmanni zojuist een informatieve presentatie overgaf.

Documenteren van wat er zit, helpt om er beter naar te kijken, en daardoor beter te vergelijken en te snappen wat je in handen hebt.  Voor het van behanglagen heeft -onderzoeker, mevrouw Bohan het formulier vertaald dat Historic New England, een Amerikaanse erfgoedorganisatie, gebruikt. Dit formulier kunt u hier terugvinden.

Op afb. 6 is heel inzichtelijk gemaakt wat er in een vertrek is aangetroffen aan opeenvolgende fragmenten. Deze gelaagdheid is, ook door Bohan, gekoppeld aan de bewoners, dus de opdrachtgever van die specifieke behangetjes. Door de gelaagdheid uit te zetten op een plattegrond wordt het vroegere gebruik van de vertrekken inzichtelijk gemaakt. Want wat blijkt? Bepaalde vertrekken hadden eenzelfde kleurige afwerking.[iii]

 

Nuances komen aan het licht

Samen met het behangonderzoek, mag het onderzoek naar de verflagen niet ontbreken. U kent vast wel het kleurtrappetje, of stratigrafie, waarbij de onderzoeker verflaag voor verflaag wegkrabt en zo bij iedere laag verder in de tijd terug gaat. Na mijn presentatie zal restaurator-onderzoeker mevrouw Friedrichs daar dieper op ingaan. Wat ik wil benadrukken is dat kleuronderzoek meer is dan een één of tweedaagse kleurverkenning. Zo’n verkenning is behoorlijk populair geworden. Dat is natuurlijk een mooie ontwikkeling. Echter een kleurverkenning zal de spannende nuances die een ruimte vaak in zich heeft nog niet kunnen duiden. De verkenning is net als bij bouwhistorisch onderzoek een inventarisatie. Een inventarisatie bedoeld om de juiste vragen uit te zetten voor een volwaardig kleurhistorisch onderzoek. Ik sta kort stil bij een aantal belangrijke punten voor kleurhistorisch onderzoek:

  • Kleuronderzoek heeft veel aan een bestaand bouwhistorisch onderzoek en een overzicht van de gebruiks- en bewonersgeschiedenis;
  • Bij een kleuronderzoek horen kleurentrappen over de gehele profilering, niet alleen op het platte vlak of één onderdeel van de lijst [afb. 7] rechts];
  • Bij een kleuronderzoek horen verfmonsters om de verflagen in de kleurentrap te kunnen duiden. [afb. 7 rechts] In het monster zijn er vaak meer zichtbaar dan een scalpelmesje kan blootleggen in een kleurentrap. Eventuele vuillaagjes helpen top- van grondlagen onderscheiden. Dit voorkomt dat een grondering per ongeluk voor een toplaag wordt gezien;
  • Bij kleuronderzoek hoort een - en bindmiddelanalyse van verflagen die je wilt reconstrueren. En eigenlijk is de term kleuronderzoek misleidend, want het gaat niet alleen om kleur het gaat om verf. In het Engels is de term vollediger, zij spreken over architectural paint research. Ook het gebruikte van de verf doet er toe, van lijnolie tot caseïne, van lijmverf tot kalk. Straks kom ik daar met een voorbeeld op terug;
  • Bij kleuronderzoek horen grotere kleurvensters. [afb. 8] De spannende nuances komen dan pas aan het licht doordat er grotere vensters kunnen worden blootgelegd en een duidelijker beeld ontstaat over de aard van de kleurige uitmonstering;
  • Bij kleuronderzoek hoort een synthese van de kleurgeschiedenis per onderdeel, per ruimte.

U kunt meer lezen over kleuronderzoek in de RCE Gids Techniek nummer 25.

Wat zijn de rimpels?

De kwaliteit van de restauratie is zeer gebaat bij vooronderzoek, zowel naar de historisch gegroeide situatie als naar de technische staat. De vorige voorbeelden gingen in op het zoeken naar overschilderde of overbehangen decoraties. Soms is de decoratie nog in het zicht, zoals bij beschilderde behangsels. [afb. 9] Ook hier is het weer belangrijk om te documenteren en onderzoeken wat je ziet. Want als je goed kijkt zie je veel. Neem nu dit detail van een 18de eeuws beschilderd linnen behangsel. Brosse verf in de hoek, oude verdonkerde retouches op de spijkertjes, oorspronkelijke spijkertjes… van de authentieke opspanning! Dat is heel bijzonder. Het gaat hier om beschilderde doeken die nog nooit van de wand zijn genomen, en dus nog niet zijn bedoekt! De meeste beschilderde behangsels – en overigens ook oude meesters in musea – zijn bedoekt, dat is, voorzien van een extra textiele drager aan de achterkant ter versteviging. Dat een bespanning nog nooit van zijn plaats is geweest is een erg belangrijke constatering. Het is van essentieel belang voor de restauratiekeuzes. Restauratiekeuzes met als doel het ensemble zo authentiek mogelijk te houden. Het geeft aanleiding om te bekijken of de restauratie in situ, ter plekke, kan gebeuren zonder de doeken van de wand te demonteren. Als demontage van de doeken onvermijdelijk is, dan is zorgvuldige documentatie van de oorspronkelijke ophangingsmethodiek aan de orde. Want eenmaal van de wand genomen is die informatie zonder documentatie niet meer te achterhalen.

Afb. 10: Tegenwoordig wordt het niet meer toegepast. De techniek wordt ter illustratie van de kwalijke gevolgen aan schilderijenrestauratoren in opleiding getoond. Van links naar rechts: het aanbrengen van het warme was-harsmengsel, met een strijkijzer wordt door middel van warmte en druk het bedoekingslinnen verkleefd aan de achterzijde van het originele doek, het was-harsmengsel dringt door naar de voorkant van het originele doek.

Afb. 11 links: Een voorbeeld van een bedoekt 18de eeuws beschilderd linnen behangsel. Het washarsmengsel is in de lacune zichtbaar. Het weefpatroon van het doek is doorgedrukt naar de voorzijde.

Afb. 11 rechts: Een voorbeeld van een onbedoekt 18de eeuws beschilderd linnen behangsel. Impasto, de opstaande verfstreek, is geheel intact, niet door warmte platgestreken.

Wat is de staat. Waar zitten de rimpels? Is daar al eerder iets aan gedaan? Is het echt nodig om in te grijpen? Zo ja, waarom? En wat is dan de beste manier volgens de laatste inzichten? Breng het in kaart. Zoals bijvoorbeeld met een of schadeinventarisatie. [afb. 12] Zo wordt de schade inzichtelijk, kan de oorzaak van schade worden opgespoord en vervolgschade op doordachte wijze worden tegengegaan. Op zo’n overzicht kan de restaurator tijdens de restauratie eveneens aangeven welke ingrepen met welke materialen zijn gedaan. Dit is dan weer bruikbaar in de toekomst.

 

 

Voordelen van het inpassen van onderzoek in de restauratie uitvoering

Bij het uitvoeren van een restauratie kun je onderscheid maken tussen behoud, herstel en vernieuwing.[iv] Hierbinnen variëren de werkzaamheden van het ene uiterste, namelijk niets doen, tot het andere uiterste, een nieuwe eigentijdse afwerking aanbrengen. Ik geef drie voorbeelden van in de uitvoering geïntegreerd onderzoek.

Ik begin met het meest ultieme voorbeeld van behoud van de verouderde staat: Museum Het Wevershuisje in Leiden. [afb. 13] Hier is de toestand zoals die is aangetroffen zoveel mogelijk geconsolideerd. Het is een bijzondere keuze: kiezen voor de bestaande verouderde verflagen. Dergelijk behoud van de oude afwerkingen in een geheel ensemble vormt een uitzondering. Wel mag een oude verflaag vaker een oude verflaag blijven en wordt niet overschilderd, zoals bijvoorbeeld de binnenkant van een kast of preekstoel, zoals in de Doopsgezinde kerk van Almelo. Het orgel kreeg er een facelift, de binnenzijde van de preekstoel bleef zoals die was dankzij het onderzoek. Onderzoek resulteerde in waardering van een bruine verflaag, die in 1842 werd aangebracht en in het bestek omschreven als ‘ordinair bruin’, en hierdoor bij de restauratie wordt ontzien en niet wordt overschilderd.

Afb: 14 toont een eind 19de eeuwse gemarmerde hal waar de aangetroffen situatie is hersteld. Het is een voorbeeld dat aantoont dat het niet altijd nodig is om een imitatie opnieuw te schilderen. Het betrof niet de oudste marmering, maar een latere overschildering. De marmering was tot in de stuclaag beschadigd. Deze lacunes zijn gevuld. Alleen op deze lacunes is geretoucheerd.

Afb. 15: Een vermoedelijk 18de eeuws binnenpoortje in Hoorn waar de overschilderde marmerimitatie is gereconstrueerd met een nieuwe marmerschildering. Als de wens bestaat om een overschilderde imitatie te reconstrueren dan is het raadzaam om grotere delen bloot te leggen om het karakter van de imitatie en dat van het handschrift van de schilder te leren kennen. De zal daarmee aan geloofwaardigheid winnen. Daarnaast is voor het historisch karakter pigment- en bindmiddelanalyse een must. Zo’n analyse geeft nogal eens een onverwachte uitkomst. De analyseresultaat van de donkere uitmonstering op de pilasters van het poortje is daarvan een voorbeeld. De analyse toonde een afwerking aan die was opgebouwd uit een witte grondering, met daarop een laag smalt (blauw pigment) afgewerkt met een rode lak. Zowel het smalt als de rode lak zijn in de loop van de tijd sterk ontkleurd en het bindmiddel verdonkerd, waardoor het oogde als een transparant zwarte verf. Zo’n verkleuring is niet uitzonderlijk. In het openluchtmuseum Colonial Wiliamsburg (VS) reconstrueerde een restaurator een zwarte Windsor stoel. Na analyse bleek het te gaan om een ontkleurd en verdonkerd verdigris, ookwel bekend als Spaans groen![v]

De ultieme facelift zou je een reconstructie kunnen noemen die de analyseresultaten gebruikt. Gebruikmakend van zoveel mogelijk authentieke materialen en technieken. Steeds strengere milieu- en veiligheidseisen leggen die mogelijkheid echter aan banden. Reductie van de vluchtige organische stoffen en verbod op bepaalde pigmenten beperken restauratiemogelijkheden. Het maakt een nog in het zichtzijnde authentieke loodhoudende olieverf steeds interessanter.

 

De sleutel voor restauratiekwaliteit

Zo is oplettendheid tijdens de uitvoering geboden! Informatie uitwisseling tussen uitvoerder,  onderzoeker en analist kan de restauratiekwaliteit aanzienlijk verhogen. Bijvoorbeeld als geschilderde doeken uit een interieur in een atelier worden behandeld. [afb. 16 inzet] Want alleen de uitvoerend restaurator ziet zaken tijdens de behandeling, die vaak ook interessant zijn voor de onderzoeker. De sleutel voor een bevredigende restauratie bestaat uit: samenwerking tussen verschillende specialisten. Vooraf en tijdens de restauratie. [afb. 16] Specialisten die op de hoogte zijn van de nieuwste inzichten en laatste ontwikkelingen binnen hun eigen vakgebied.

 

Gecontroleerd reinigen of verwijderen van verflagen

Vaak is er bij restauratie sprake van het verwijderen van oppervlakte vuil. Als je een verflaag in het zicht wilt houden, dan moet dat reinigen extra voorzichtig, zonder dat verflaag wordt aangetast. Dit geldt ook als een vergeeld vernis of een overschildering moet worden verwijderd. Het is dan van belang dat de restaurator, die dit werk uitvoert, over de laatste inzichten beschikt om schade te beperken.

Interessant in dit opzicht is het Modular Cleaning Program. [afb. 17] Een hulpmiddel ontwikkeld door de Amerikaanse restaurator Chris Stavroudis i.s.m. met professor Richard Wolbers. Beide geven met enige regelmaat bijscholing aan restauratoren in Nederland. Het hulpmiddel is een uitkomst voor de restaurator die zich bezig houdt met verf- en vernislagen. Met een basisset (rechts onder) kun je met zeer kleine hoeveelheden (enkele milliliters) op snelle wijze, heel efficiënt meerdere mengsels dan gebruikelijk testen. Gebruikmakend van materiaaleigenschappen als de pH-waarde, ionenconcentratie en chelatie, en van oppervlakte-actieve stoffen. Zo vind je het mildste en meest geschikte oplosmiddelmengsel voor de specifieke restauratieopgave. Saliva en gedemineraliseerd water, bijvoorbeeld lange tijd verondersteld als milde reinigingsmiddelen, kunnen in sommige gevallen agressieve reacties in de verflaag opwekken.

Vervuilde geschilderde oppervlakken zijn in sommige gevallen te reinigen met droge reinigingsmaterialen, zoals gommen of licht vochtige speciale sponzen. De RCE onderzocht o.l.v. Henk van Keulen diverse materialen. Hij zette hun uitkomsten in een overzichtelijke tabel. Deze tabel staat hier online. Van Keulen ontneemt overigens iedere illusie en stelt dat alle gommen en sponzen met hun mechanische wrijving altijd schade veroorzaken aan het geschilderde oppervlak.

 

Restauratieschilderwerk en authentieke materialen

De kennis en vaardigheden voor restauratieschilderwerk is anders dan die ban een restaurator en betreffen die van zowel moderne als oude verfmaterialen en technieken [afb. 18]. Het kennen en gebruiken van historische schildershandboeken, traditionele verven, bindmddelen en pigmenten is belangrijk. Zoals het maken en verwerken van warme krijtlijmgrondering. Veel mensen nemen aan dat lijnolie het meest toegepaste bindmiddel voor huisschilderwerk was. Terwijl er een rijkdom aan nuances mogelijk is in de samenstelling van historische verven. Een voorbeeld hiervan is copal. Voor de jaren ‘20 van de vorige eeuw werd veel copal als hars gemengd met olieverf om deze duurzamer te maken, deze beter bestand te maken tegen relatieve vochtigheid en temperatuurschommeling, en daarnaast zou copal de kleuren verzadigen.

 

Duurzame verflagen

Tot slot wil ik u op het hart drukken: haal niet alles kaal. Het is vaak niet nodig. Zeker niet met methoden die de ondergrond, de drager, aantasten, zoals bijvoorbeeld gebeurde door het stralen met het scherpe gruis van notenschillen [afb. 19 detail rechts]. Er zijn meerdere redenen om de verf te laten zitten. U snapt natuurlijk direct dat je dan het historische verhaal voor altijd kwijt bent. Want de analyses die we gister deden doen we vandaag misschien weer anders, en dat zal in de toekomst wéér anders zijn. Daarnaast is er nog iets wat maar weinigen zich realiseren. Die oude verven bieden juist een geweldig duurzame bescherming aan het houtwerk, doordat zij erg giftig zijn door alle koper, arseen, lood en ander toxische elementen die er vroeger in verwerkt werden. Daar kan geen duurzaam modern product tegenop!

 

Laat interieurs spreken

Terug naar de vraag van deze presentatie: Facelift of veroudering? Het is een keuze. Beroemde sterren zwijgen of ontkennen. Interieurs hoeven niet te zwijgen. Wij kunnen ze laten spreken. De interieurs laten spreken door wat wij vooraf en tijdens de restauratie zien, analyseren, bestuderen en onderzoeken en welke keuzes wij met de uitvoering maken. Leg het vast. Onderzoeks- en restauratieverslagen kunnen bij verschillende instanties worden ondergebracht zodat zij toegankelijk blijven. Dit kan o.a. bij de bibliotheek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, meer informatie via bibliotheek@cultureelerfgoed.nl.

Dat is wel zo handig. Interieurs gaan langer mee dan één generatie. De volgende generaties zullen u er dankbaar om zijn. Zodat ze weten: welk onderzoek wel of niet is verricht, en waarom welke ingrepen zijn uitgevoerd. En… wat de onderzoeker of restaurator zag, want dat ziet iemand anders wellicht nooit meer!

“the better you looked, the more you’ve seen”. Het verhaal achter die facelift, dat maakt het interessant. Deel die kennis en help zo de restauratiekwaliteit verder verhogen!


[i] B. Crijns, opgeleid als architectuurhistoricus, sierschilder en restaurator-onderzoeker van geschilderde historische binnenruimten en werkzaam als specialist kleur en schilderingen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

[ii]the better you look, the more you see”, citaat uit Glamorama, Bret Easton Ellis

[iii] Bohan, J., Colourful wall paper layers in a historic house: Oud-Amelisweerd (a project done in collaboration with the SRAL), presentation at The Picture Meeting of oktober 28th 2010: Paintings in Historic Interiors.

[iv] Behoud: niets doen, conserveren, reinigen en vastzetten (consolideren); Herstel: blootleggen, aanhelen, retoucheren; Nieuw schilderwerk: reconstructie met geanalyseerde authentieke materialen en technieken of met moderne technieken en materialen gebaseerd op hisotrisch materiaal.

[v] Swan, C., Revealing color: American Colonial common furniture, in: Vernacular Furniture. Context, form, analysis, M. Vasques Dias (Ed.), 2008.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *