Verslag | Verscholen: schilderingen, tekeningen en teksten in militair erfgoed

(c) MEGA Kees de Wildt Krommeniedijk keelkazemat
 
Verslag: Kleurhistorisch Platform 14 februari 2013

Organisatie: programmacommissie Kleurhistorisch Platform

Aantal deelnemers: 79 aanmeldingen[i]

Herbestemmen van is actueel
 
De programmacommissie van het kleurhistorisch platform zoekt steeds naar actuele thema’s. Op 14 februari betrof dat ‘schilderingen, tekeningen, teksten, schetsen en graffiti, kortom allerlei ‘kleurige’ uitingen die zijn aangebracht in van oorsprong ongeklimatiseerde militaire gebouwen, zoals bunkers, forten en kazematten.
 
Aanleiding van het thema
 
Het onderwerp stond centraal vanwege steeds terugkerende vragen over de waardering en mogelijkheden tot van die kleurige uitingen. Er is namelijk weinig van bekend. Met wat voor type uitingen hebben we te maken en hoeveel uitingen zijn er eigenlijk bekend? Niet zozeer de artistieke, maar de cultuurhistorische lijkt van groot belang, is er sprake van weinig budget en slechte omstandigheden om de uitingen te bewaren. Er zijn nog geen pasklare antwoorden.
 
Uitwerking van het thema
 De voorbereiding gebeurde in nauwe samenspraak met het betrokken veld en de bezoekers van het kleurhistorisch platform. Op 3 december 2012 deed de programmacommissie naar de eigen achterban en binnen de RCE een oproep voor:

  • voorbeelden van dit type gebouwen met schilderingen;
  • case studies van (voorgenomen) restauraties (bij herbestemming);
  • vragen die er bij betrokkenen spelen rondom de instandhouding van schilderingen in dit type erfgoed.

 
Het onderwerp kon van verschillende kanten worden belicht: historisch, theoretisch, praktisch, technisch, financieel, economisch, administratief
of beleidsmatig. Betrokkenen bij relevante restauratieprojecten werden gevraagd of zij er zelf over konden vertellen of deskundigen of betrokkenen kenden die benaderd konden worden.
 
De oproep kreeg ruim gehoor.
 
In het aanmeldingsformulier voor het platform konden deelnemers eveneens input geven op het onderwerp.
 
Vervolgens hebben gesprekken plaatsgevonden met de specialisten kleur en schilderingen en deskundigen, waaronder de heren R. Zakee (over inventarisatiemogelijkheden), R. Ros en R. Vossenbeld (over categorieën en typologieën) en K. de Wildt (waarderings- en instandhoudigsproblematiek). Het onderwerp werd afgebakend tot militaire binnenruimten (zie bijlage).
 
Het platform in drie delen
 
De middag zelf bestond uit drie delen. In het eerste deel werden presentaties gegeven, waarbij ook vragen konden worden gesteld. In het tweede deel werd er in deelgroepen door de organisatie uitgewerkt stellingen en door deelnemers ingebrachte case-studies bediscussieerd. In het derde deel vond er plenair terugkoppeling plaats.
 
De presentaties
 
Een samenvatting per presentatie kunt u hier teruglezen via het programmaoverzicht door op de titel te klikken.
 
De gespreksgroepen
 
Alle deelnemers waren van te voren ingedeeld in 10 gespreksgroepen. Na de presentaties gingen de aanwezigen uiteen onder leiding van een discussieleider, met assistentie van een UVA-student voor het bijhouden van de dialoog op de flip-over of laptop. De discussieleiders waren de sprekers van het eerste deel van de middag en A. Kok, J. van den Burg, S. van Gulik, T. van der Weel, M. Dolfin, L. Megens en R. Crevecoeur.
 
Elke groep kreeg dezelfde vragenlijst waarin drie onderwerpen centraal stonden:

 
De discussieleiders brachten deze onderwerpen via stellingen[ii] in de discussie. Op de flip-over werd de uitkomst genoteerd.
 
Conclusie plenaire terugkoppeling uit de gespreksgroepen
 
Nadat de groepjes over de onderwerpen of casussen en stellingen hadden gediscussieerd kwam iedereen weer bijeen in het auditorium. De discussieleiders koppelden de bevindingen van hun groepen terug met behulp van de flip-overs. Hieronder leest u de conclusie op hoofdlijnen. Als u geïnteresseerd bent in de uitgebreidere ‘samenvatting van de op de flip-over weergegeven meningen/standpunten per stelling klikt u hier.
 
Uit de ingebrachte case studies blijkt dat het gaat om een internationaal fenomeen: van de Nederlandse vredesmachten in Libanon en tot en met Duitse bezetters in Nederland. De problematiek van de Vlaamse gevangenis Vilvoorde blijkt niet veel anders te zijn.
 
Voor alle betrokken groepen blijkt (het gebrek aan) financiële middelen een rol te spelen, voor zowel de instandhouding als ook de waardestelling van de schilderingen.
 
Behoud, restauratie, (her)gebruik en financiering zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Continu vindt een wisselwerking en afwegingen plaats tussen alle belangen. Er wordt geuit dat de inbreng van alle betrokken partijen van belang is om tot een weloverwogen plan te komen bij zowel het inventariseren, waarderen als behouden van de kleurige uitingen.
 
Er wordt veel waarde gehecht aan de betrokkenheid van een bouwfysicus en andere specialisten (bv archeologen, architectuurhistorici en restauratoren) maar net zoveel aan vrijwilligers., Met name de combinatie van kennis is essentieel! Dit is vergelijkbaar met het tijdens
het platform toegekende belang aan de samenwerking tussen vrijwilligers en specialisten Wat resulteerde in de roep tot vrijwilligerseducatie en
vrijwilligersbegeleiding.
 
Vaak wordt de onafhankelijke rol van de RCE als kennisinstituut  als belangrijk genoemd. “Je moet kunnen vertrouwen op de kennis. De RCE moet meer kennis hebben, zodat de dienst vanzelfsprekend wordt geraadpleegd.”
 
Wat de waardering betreft wordt het op deze dag heel duidelijk dat het nodig is om bestaande kennis te bundelen en te inventariseren:
wat zit waar? Een waarderingsrichtlijn wordt gevraagd zodat we in de toekomst de waarde van individuele gevallen kunnen gaan bepalen. Het platform maakte duidelijk dat de gebruiker van weleer via de schilderingen, tekeningen en teksten opeens heel tastbaar werd. De uitingen maken duidelijk hoe er in de bouwwerken geleefd werd. Het gaat hierbij om wat Huub Kurvers de ‘immanente’ waarde[iii] noemde, die nergens vermeld staat, de waarde van de uitstraling van die dunne verflagen, potloodstrepen en krassen die achtergebleven zijn. Op het eerste gezicht lijken deze uitingen op de onderdelen van de militaire binnenruimten niet waardevol. Maar in feite voldoen zij helemaal aan wat de algemene betekenis van kleur en schilderingen is.[iv]
 
Zij zijn van belang omdat zij het verhaal vertellen.
 
Openstaande vragen, vervolgacties/initiatieven
 
De situatie van vrijwilligers en specialisten lijkt vergelijkbaar met de archeologie, die eveneens een nauwe samenwerking tussen vrijwilligers (amateurarcheologen) en professionele archeologen kent. Zij hebben nauwe contacten met elkaar. De vrijwilligers hebben zich verenigd in organisaties en de voorzitters hebben regelmatig contact met de RCE. De RCE is graag bereid om een dergelijke structuur te ondersteunen als het veld dat vraagt.
 
De Rijksdienst zal samen met betrokken organisaties en vrijwilligers in kaart brengen welke kennis al beschikbaar is en een plan tot opstellen. Daarnaast zal de Rijksdienst een eerste voorstel opstellen voor een waarderingsrichtlijn.
 
Deelnemers krijgen een evaluatie over het platform, inclusief vragen over vervolgstappen.
 
Datum en locatie volgend platform
 
Ons voorstel is om in juni een vervolg te maken op deze aanpak. De input uit de evaluatie wordt hiervoor gebruikt. Informatie hierover volgt.
 
Bijlage I:
 
Samenvatting van de op de flip-over weergegeven meningen/standpunten per stelling
 
Technische kwesties
 
1e stelling: Bij iedere restauratie moet een bouwfysicus worden betrokken :
 
Het antwoord hierop is tweeledig. Enerzijds beaamden deelnemers dat een bouwfysicus moet worden ingeschakeld. Je moet immers de
materiaaltechnische en klimatologische condities weten. Daarmee komt de relatie tussen gebouw en klimaat en de te nemen maatregelen in beeld. Anderen meenden dat het niet altijd nodig is een bouwfysicus te betrekken, want er is al veel gemeten en bekend over bepaalde gebouwtypen, dat hoef je niet opnieuw te doen. Hier wordt tegen in gebracht dat ook de ligging van het gebouw van invloed is,
onafhankelijk van het gebouwtype (dit varieert zelfs binnen een complex).
 
Concluderend zal het meestal nodig zijn een bouwfysicus te betrekken. Vraag wel altijd na welke gegevens al bekend zijn over een bepaalde
gebouwtypen.
 
Aandachtspunten:

  • Breng in kaart wat bekend is, en wat niet.
  • Breng de actuele verschillen binnen één complex in beeld.
  • Er moet voor een langere periode gemeten worden: minimaal 1 jaarcyclus.
  • Wat is de actuele (nieuwe) functie?

Vooruitlopend op stelling 2: het betreft niet alleen de betrokkenheid van een bouwfysicus, maar ook die van andere onderzoekers (bv archeologen en architectuurhistorici): de combinatie van kennis is essentieel!
 
2e stelling: Onderzoek naar en restauratie van voorstellingen en teksten is werk van specialisten:
 
De stelling verwijst impliciet naar de rol van de specialisten en de rol van de vrijwilligers. In de huidige praktijk komt het veel voor dat
vrijwilligers onderzoeken en restaureren.
 
Unaniem kwam naar voren dat het werk van beide is en samenwerken noodzakelijk is. Beide partijen hebben namelijk kwaliteiten en beperkingen:
 
Er zijn onderzoekende en uitvoerende specialisten nodig met specifieke kennis op hun vakgebied: bouwfysici, restauratoren
schilderingen, (bouw)historici. Conform de huidige restauratie-ethiek zullen zij zo min mogelijk in willen grijpen. Zij hebben een objectieve kijk. Zij kunnen onderzoek op een hoger plan brengen, door specifieke onderzoeken te initiëren en beschikbare informatie te analyseren. Dit is zowel praktische als theoretische informatie. Zo zijn er ook bouwbiografici en promovendi met dit onderwerp bezig. Zij hebben een wetenschappelijk en cultureel netwerk. Specialisten zouden vrijwilligers moeten kunnen bijstaan voor advies. Bijvoorbeeld via de RCE.
 
Er is ook kennis van het specifieke unieke bouwwerk nodig, en die kennis hebben de vrijwilligers. Zij ontdekken vaak schilderingen of andere uitingen. Zij hebben de liefde, de tijd en de persoonlijke betrokkenheid voor de lange, continue waakzaamheid en uitvoering. Soms willen zij teveel doen, uit enthousiasme. Zij hebben een subjectieve kijk. Vrijwilligers beschikken zowel over praktische kennis als schriftelijke bronnen. Zij hebben een uitgebreid netwerk. Vrijwilligers kunnen werk uitvoeren dat niet gefinancieerd wordt. Zij hebben capaciteit en mankracht en kunnen onder supervisie van een specialist documenteren, inventariseren, waarderen, beheren, behouden en kennisdelen.
 
Knelpunten:

  • Vrijwilligers kunnen met de beste intenties verkeerde dingen doen;
  • Vrijwilligers werken veelal zonder gecoördineerde inzet, zonder begeleiding, zonder helder plan
  • Het inschakelen van specialisten kost geld, dat er niet (voor over) is.

 
Oplossing:

  • Instructies maken voor vrijwilligers – Handleiding geënt op type object;
  • Er is veel verspreidde kennis. Er blijkt behoefte aan het bundelen van de bestaande kennis van verschillende organisaties;
  • Zoeken naar een manier om kwaliteit en objectiviteit te borgen;
  • Geld beschikbaar stellen;
  • In groepsverband werken met de juiste specialist (onderzoeker of restaurator).

 
3e stelling : Als voorstellingen en teksten voor grote technische problemen zorgen (instabiele ondergronden, ontbindende pigmenten enz) hoef je ze niet te behouden.
 
Er werd ongenoegen geuit over deze stelling: “Het is niet goed om deze stelling in te brengen, het is een verkeerde benadering.” “Bovendien is er de romantiek van het verval.”
 
Er wordt een appel gedaan op vindingrijkheid: “Als er (goedkope) maatregelen mogelijk zijn dan moet je het doen!” Een andere opmerking wees er op dat technische problemen moeten worden afgewogen tegenover de (huidige) waarde. “De keuzes moeten door experts worden gemaakt, op basis van inventarisatie.”
 
Knelpunt:

  • Een inventarisatie mist over dit type erfgoed. Zo’n inventarisatie is nodig om de waarde te bepalen om aan te kunnen geven of
    behoud gewenst is. Zie ook de 6e stelling.

 
Waardebepaling
 
4e stelling: De belangrijkste voorstellingen en teksten zijn algemeen bekend
 
Deze stelling bracht een verontwaardigd “Nee, de belangrijkste voorstellingen zijn NIET algemeen bekend. Zij zijn zelfs veelal onontdekt.”
Een enkeling blijkt er gegevens over te verzamelen, of heeft een onderzoeksopdracht binnen een complex uitgevoerd. Zie hierover ook de 6e stelling.
 
5e stelling: Vrijwilligers kunnen prima de waarde van voorstellingen en teksten bepalen
 
Door onvoldoende objectiviteit en onvoldoende materiaaltechnische kennis zullen de meeste vrijwilligers niet de waarde kunnen bepalen, mits zij vakmensen zijn. Zie hierover ook de 2e stelling: breng vrijwilligers en specialisten bij elkaar. een combinatie van professionele kennis is essentieel. Motiveer vrijwilligerseducatie en vrijwilligersbegeleiding.
 
6e stelling: Er is geen wetenschappelijke, landelijke inventarisatie of waarderingskader nodig om te kunnen bepalen welke voorstellingen en teksten van hoge cultuurhistorische waarde zijn
 
Iedereen is het eens dat het belangrijk is om een inventarisatie te maken. Alleen dan kun je de waarde bepalen van de schilderingen. (zie hierover ook de 4e stelling) En waardering verzekert behoud. Het verhaal wordt verteld. De schilderingen zijn de laatste persoonlijke sporen van de mensen die er gezeten hebben. Streepjes op de wand betekende het aftellen van de dagen, weken, jaren. Er zijn ook teksten terug te vinden die de manschappen moesten motiveren. Thans vindt er een herwaarderen van sporen van NSB’ers plaats. Dit alles bepaalt de waarde: het vormt de stoffelijke geschiedenis.
 
Knelpunt:

  • Waardebepaling heeft te maken met haalbaarheid. Het heeft een prijskaartje. Wat mag het kosten? Een koppeling naar de praktijk is noodzakelijk.

Zo wordt voor de waardering bijvoorbeeld het belang van bronnenonderzoek genoemd:

  • naar de voorbeelden: kinderboeken, (ge)zangbundels, geïllustreerde tijdschriften, de post die soldaten ontvingen
  • naar de opdrachtgever, werd het van hogerhand bepaald?
  • naar wie de schilderingen, tekeningen en teksten uitvoerden. Mogelijk gemaakt door kunstenaars, die zich ook onder opgeroepen militairen bevonden.
  • naar bestekken. Zo is van Vechten het bestek bekend. Hierin staan wit en zwart vermeld. Wit (in daglicht gesteld) en zwart (tonnetjeszwart voor het ijzerwerk). De kleuren werden bepaald door bouwbureau genie volgens de geldende Algemene Voorwaarden. Door de chemische samenstelling van de verven op basis van verfonderzoek vast te stellen komen we meer te weten over het schilderwerk in forten. Ook is te herleiden wat goed toepasbare verven waren.

 
Aangereikte stappen:

  • Bundel de informatie die al bekend is;
  • Gebruik die als basis voor een inventarisatie;

 
Stel vervolgens een flexibel waarderingsrichtlijn samen (en flexibel kader, want cultuurhistorische waardering verandert). Daarmee kun je objectief bepalen wat van cultuurhistorische waarde is;
 
V: Wie doet dit?

  • A: Deels koepelorganisaties in samenwerking met RCE.
  • A: Deels vrijwilligers in samenwerking met specialisten.

 
Opmerking:

  • Er wordt belang aan gehecht dat de waardering objectief gebeurt en transparant.

 
Documentatie
 
7e stelling: Herbestemming van militair erfgoed draagt bij aan behoud van de voorstellingen en teksten
 
Deze stelling wordt zowel beaamt als ontkent vanuit financiële en klimatologische insteek:
 
Financieel biedt herbestemming kansen voor behoud:

  • mits rekening wordt gehouden met de kleurige afwerking;
  • onder voorwaarden, zoals afblijven van historisch materiaal

 
Klimatologische is herbestemming zowel gunstig als ongunstig voor de kleurige uitingen

  • Natte muren van een niet water en winddicht bouwwerk werken schimmel en afspoelen van de verflagen in de hand.
  • Te droge muren van een geklimatiseerd gebouw heeft verpoederen van de verflaag tot gevolg.

 
Wat opvalt is dat daarnaast emotie veel aandacht krijgt bij deze stelling. Voor het behoud van de geschilderde afbeeldingen en teksten bij de Atlantikwall tellen de emoties mee. Forten worden genoemd als communicatiemiddel. Ook de cultuurhistorie is een communicatiemiddel. Emotie vormt hierin een nieuwe tendens, o.a. via kunstinstallaties zoals lichtprojecten.
 
Als de schilderingen en teksten verloren gaan wat ben je dan kwijt? Het geheel is belangrijk voor het verhaal:

  • om de collectieve herinnering levend te houden;
  • als bewijsmateriaal.

 
Het gaat erom dat de ziel wordt bewaard, dan is het goed. Daarvoor zijn de geschilderde afbeeldingen en teksten essentieel: het verhaal ervan
vormt de ziel. Dit trekt bezoekers. Hoe hiermee om te gaan is beheer & behoud. Zie hierover ook de 9de stelling.
 
8e stelling: Als een object wordt herbestemd is bekend welke voorstellingen en teksten aanwezig zijn en hoe daar het best mee om kan worden gegaan.
 
De bevinding van de deelnemers is dat dit pas gebeurt tijdens de uitvoering. Daarnaast wordt opgemerkt dat de ervaring leert dat na de
herbestemming/restauratie nazorg nodig is. Het is niet bekend hoe het best met voorstellingen en teksten om kan worden gegaan, want dat blijkt uit desastreuze gevolgen van het plaatsen van voorzetplaten of aanbrengen van vernis. In de praktijk blijkt dat de kleurige uitingen eerder worden overschilderd dan geconserveerd.
 
9e stelling: Het documenteren van voorstellingen en teksten is voldoende om de betekenis voor de toekomst te behouden.
 
“Nee: materieel behoud is van betekenis.” In tegenstelling tot een papieren of digitale documentatie kan het materiaal zelf blijvend met nieuwe technieken worden onderzocht en nieuw inzichten bieden. Zie hiervoor ook de 6e stelling.
 
Aandachtspunten:

  • “Staan onze emoties niet in de weg bij behoud van militair erfgoed?”
  • “Er zou meer advies vanuit de RCE moeten komen, zodat niet iedereen het wiel uit hoeft te vinden en ten behoeve van objectiviteit.”

 
BIJLAGE II:
 
Afbakening van het onderwerp
 
De opzet van het platform was niet specifiek het erfgoed van de Tweede Wereldoorlog, maar het militaire erfgoed van alle tijden. De aanwezigheid van de Nederlanders in Libanon maakte duidelijk dat het erfgoed en de geschiedenis niet alleen qua betekenis, maar ook letterlijk van deze tijd is.
 
Bovendien is het een internationaal fenomeen: van de Nederlandse vredesmachten in Libanon en tot en met Duitse bezetters in Nederland. De problematiek van de Vlaamse gevangenis Vilvoorde blijkt niet veel anders te zijn.
 
Ook de status van wel of geen rijksmonument maakt de situatie niet wezenlijk anders.
 
Zoals één van de kenners zei: “vreemdelingen komen een land binnen, verschansen zich, evenals de binnenlandse strijdkrachten, tijdelijk in solide bouwwerken en vertrekken weer. De bouwwerken blijven achter, als stille getuigen”.[1]
 
“De strategische en technische feiten laten zich vertalen in de ligging, de kringen, de schietvelden. Dit gebeurt door de locatie, het terrein, het bouwwerk tot en met de tekens en basale afwerkingen, zoals lichtreflecterende witgesausde muurvlakken en zwartgeteerde ijzeren onderdelen. Rangen en standen kregen een eigen, architectonische en decoratieve afwerking. Ook zijn er de technische en organisatorische tekens en codes ten behoeve van de functie en organisatie op muren, vloeren, gewelven, plafonds en deuren. De camouflageschilderingen van het exterieur zijn bij de eerste bijeenkomst buiten beschouwing gelaten en komen in een vervolgstap aan bod.[2]
 
BIJLAGE III:
 
Drie casussen
 
Er werden tijdens de discussiegroepen drie casussen ingebracht: Nederlands Militair Erfgoed in buitenland (specifiek: Libanon), Tuchthuis Vilvoorde (B) en Fort Krommeniedijk. Hieronder een weergave van de teksten op de flipovers.
 

Case studie: Het Nederlands Militair Erfgoed in buitenland, Libanon
 De waardebepaling
Het is een symbool van eenheid, maar er zijn ook individuele verhalen.
De gebouwen werden gehuurd. Veel schilderingen zijn verdwenen. Er bevindt zich een  Nederlandse in de stalruimte: een wapen – van muur – indien mogelijk hier bewaren-  de context brokkelt af. Er zijn nu andere bewoners.
Is de waarde van de herinnering kunsthistorisch, cultuurhistorisch of heeft het een herinneringswaarde op zichzelf? Hoe waardeer je dit? Is het krijgsgeschiedenis?
-ervaringsdeskundige? (herinnering/waarde)
-schilderingen meer waarderen dan object
-behoud in situ van belang?
-taak voorbij: bij vrede?
-gebouwen oorspronkelijk van bevolking
-vredestichten, ziel verdwenen
                                               ‘->kenner, vervliegend element
                                                                              ‘-> conserveren = stilzetten
-zijn er meerdere voorbeelden?
-VOL forten
-gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed
-> in hoeverre voor Libanon belangrijk?
-> in Nederland belangrijk
                                               Beladenheid
-is er verschil met andere schilderingen?
Advies
-herdenkingsplaats in Libanon
                ‘-> zijn herdenkingsmonumenten
-onbekende waarde
                -> documenteren
                -> inventariseren
                -> lokale erkenning
 
Case studie: Fort Krommeniedijk                     Géén Rijksmonument

-woon- trainingscentrum

-bezoekerscentrum -> via Museum Amsterdam (Elvire)

Fort al verdeeld t.b.v. de 2 functies

-vastleggen waarden, schilderingen (via inventariseren=> documenteren => waarderen)

-eventueel functie herindelen/verdelen ruimten?

-beheerder Landschap Noord-Holland

-handhaven bestaande pleisterlagen

verkennend kleuronderzoek/inventariseert

 
VRAAG: HOE GA IK TE WERK
 

 

Case studie: Vilvoorde

 
aanpak

-minimum interventie (kalk laten zitten)

-noodinterventie waar nodig ( 1 cel)

Thema discussie

functioneel gebruik = museum

-waarom deze schilderingen bewaren (waardering van de ‘kunst’factor van de objecten)

-het verhaal van de gevangenen (sfeerbehoud!)

-veel lagen: tot 20

-conservering breder; hoe?

-hoe bezoekersstromen en toegang van de cellen

-in de toekomst meer mogelijk voor onderzoek (misschien)

-technische consolidatie; niks doen is onmogelijk (tijd doet iets…)

-wat met de buitenschil doen?

Alternatieve aanpak ideeën:

-de “grootheid” (ruimtelijkheid) voorrang geven op ’t kleine wandoppervlak/graffiti


 
[i] Wie waren uitgenodigd/vertegenwoordigd?
 
De initiele oproep resulteerde in contacten met de bunkerspecialisten, deskundigen militair erfgoed, architecten, restauratoren, restauratieschilders, onderzoekers (bouwhistorici, een bouwbiograaf, interieurhistoricus, cultuurhistoricus en kleuronderzoekers),
adviseurs, promovendi, studenten, beleidsmedewerkers (musea, werelderfgoed), collega’s RCE (consulenten bouwkunde en architectuurhistorie, erfgoed en ruimte, projectleden Nieuwe Hollandse Waterlinie, gebouwd erfgoed en industrieel/naoorlogs militair erfgoed, roerend erfgoed) ; RGD; Dienst vastgoed Defensie, adviseur RO en Erfgoed en gemeente, journalist, Stagiair(e)s en studenten, vertegenwoordigers, bestuursleden, eigenaren, beheerders van particuliere stichtingen van bunkers, forten, musea, (her)ontwikkelaars.
 
[ii] STELLINGEN TER BEVORDERING VAN DISCUSSIE:
 
STELLINGEN TECHNISCHE KWESTIES

1 Bij iedere restauratie moet een bouwfysicus worden betrokken

2 Onderzoek naar en restauratie van voorstellingen en teksten is werk van specialisten.

3 Als voorstellingen en teksten voor grote technische problemen zorgen (instabiele ondergronden, ontbindende pigmenten enz) hoef je ze niet te behouden.
 
STELLINGEN WAARDEBEPALING

4 De belangrijkste voorstellingen en teksten zijn algemeen bekend.

5 Vrijwilligers kunnen prima de waarde van voorstellingen en teksten bepalen.

6 Er is geen wetenschappelijke, landelijke inventarisatie of waarderingskader nodig om te kunnen bepalen welke voorstellingen en teksten van hoge cultuurhistorische waarde zijn
 
STELLINGEN DOCUMENTATIE

7 Herbestemming van militair erfgoed draagt bij aan behoud van de voorstellingen en teksten.

8 Als een object wordt herbestemd is bekend welke voorstellingen en teksten aanwezig zijn en hoe daar het best mee om kan worden gegaan.

9 Het documenteren van voorstellingen en teksten is voldoende om de betekenis voor de toekomst te behouden.

 
[iii] ‘De moeilijk achterhaalbare immanente waarden, de eigenlijke schoonheid, het karakter dat achter de dingen ligt.’’, uit:  Huub H.J. Kurvers, ‘Afwerking in kleur’ in het restauratievademecum RDMZ RV, Zeist/’s Gravenhage 1983, blz. 10-19
 
[iv] Kurvers, 1983, blz. 10-3: ‘De kleurige afwerking bij historische gebouwen geeft duidelijkheid omtrent de decoratie- en stijlkenmerken van die historische periode. Kleur en kleurige afwerking in de decoraties dragen als geen andere faktor bij tot het verkrijgen van inzicht in een samenleving van weleer, in de sociale structuren, gebruik en misbruik van gebouwen en objecten, in economische omstandigheden, handelsverbindingen en de daarmee verbonden beïnvloeding. In deze afwerking, de oppervlakte-elementen van een historisch object, zijn meteen ook het hart en de ziel ervan gelegen. De liefde van de maker en zijn handvaardigheid, de liefde van de gebruikers daarna, hun schoonheidgevoel en culturele belangstelling, het is alles als in een open boek te zien voor diegene die zich ontvankelijk en onbevooroordeeld opstelt tegenover kleur en decoratieve afwerking in oude gebouwen.’

 

 
[1] Vriendelijke opmerking René Vossebeld

 
[2]  Exterieur kwam in dit platform niet aan de orde

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *