Hand-held XRF

Het verslag van de lezing door dr B. van Os op het Kleurhistorisch Platform 8 oktober 2009 over Kleuronderzoek, in raakvlak met archeologie en monumentenzorg. Volledig programma met overige lezingen: http://wp.me/pLSqf-WR

Verslag door P. Kisner

Over een nieuw meetinstrument, dat in zijn huidige vorm sinds een half jaar beschikbaar is, vertelde Van Os. Hiervoor werkte hij voor TNO en sinds twee jaar werkt hij bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Het nieuwe meetinstrument, de Handheld XRF (draagbaar XRF systeem) onderzoekt anorganische pigmenten op basis van röntgen straling en werkt non-destructief. Het werkt nauwkeurig en registreert vanaf magnesium.

De ontwikkelingen die hebben geleid tot dit resultaat: miniaturisering, ontwikkeling van de detectoren (drift detector), software verbeteringen en micro elektronica.

De toepasbaarheid: archeologie, pleisterlagen, fosfaatgehaltes in de bodem, zouten, samenstelling orgelpijpen, natuursteen, schademechanismen, pigmenten en metalen; al dit onderzoek is nu in situ mogelijk (d.w.z. een object kan nu ter plaatse worden onderzocht).

Twee voorbeelden van onderzoekslocaties waren de constructie van Naum Gabo in Rotterdam, waarbij de corrosieoorzaak en de samenstelling van metalen werd onderzocht, en de Laurenskerk te Alkmaar. Bij die laatste werd onderzocht met welke pigmenten er in het houten gewelf was
geschilderd, of de overschilderingen van hetzelfde materiaal waren als het oorspronkelijke deel en of er nog goud onder de schilderingen kon zitten.

Tijdens een vragenronde werden de volgende aspecten verduidelijkt:

De vereiste hoeveelheid materiaal voor een meting is zeer gering, niet veel meer dan een snippertje. De diepgang van de meting is afhankelijk van het materiaal. Bij bijvoorbeeld bij lood is de meting enigszins oppervlakkig, terwijl het bij een pleisterlaag veel dieper gaat. Het instrument
dateert niet met een heel concreet getal of leeftijd. Wel is het voor deskundigen mogelijk om aan de hand van de meetgegevens een inschatting te maken uit welke periode het object afkomstig is.

Een andere vraag had betrekking tot de kosten van het instrument en de toepassing daarvan. Van Os legde uit dat het voor veel bedrijven lastig is om er van gebruik te maken. De prijs van het instrument ligt tussen de 30-en 35.000 euro. Voorlopig is het werk alleen voor een expert, een analist die de gegevens uit het instrument samen met gegevens van onderzoekers of restauratoren van het object kan omzetten naar een duidelijke conclusie. Ook heeft het weinig zin om slechts één meting te maken, het resultaat toont zich pas nadat er meerdere zijn gemaakt. Het voordeel is wel dat het instrument overal mee naar toe kan worden genomen en er binnen zeer weinig tijd gegevens beschikbaar zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *