De schilderkist van Breitner

artikel door H. Diependaal n.a.v. de gelijknamige lezing op het over Historische . Klik hier voor het volledige programma.
 

 
George Hendrik Breitner (1857-1923)  riep  zichzelf  rond 1882 uit tot schilder van het volk. Hij was veel onderweg en had altijd een schetsboekje op zak. In één van zijn boekjes is een titel genoteerd: ‘H.C. Standage. The artists’ manual of pigments’ over het gebruik van pigmenten. Dit boek is te vinden in de bibliotheek van de Rijksacademie in Amsterdam. Breitner kan het handboek daar gelezen hebben. Hij vond dat zijn opleiding tekort schoot. Misschien zocht hij bij de chemicus Standage advies. De schrijver waarschuwde  tegen loodhoudende pigmenten. Deze pigmenten achtte hij potentieel destructief voor andere pigmenten en voor het schilderij in de toekomst. De vraag is of Breitner deze raadgevingen toepaste. Dat werd de leidende vraag in het recente onderzoek naar het schilderkistje van Breitner uit de collectie van het Amsterdam Museum.
 
Uit het onderzoek komt naar voren dat Breitner kort voor 1900 de aanschaf van een schilderkistje overwoog. Niet lang daarna fotografeerde hij zijn kistje toen hij schilderde op een bouwplaats aan de Cruquiusweg in Amsterdam.
Het kistje in het Amsterdam Museum telt 58 tubes, afkomstig van ten minste zeven verschillende fabrikanten. Het merendeel komt van de vermaarde Amsterdamse firma Claus & Fritz.
De etiketten op de tubes vermelden 47 unieke kleuren, met verleidelijke en geheimzinnige namen als Groene Zinnober en  Donkere gekristalliseerde kraplak.  Analyse van de verfmonsters uit de tubes wijst uit dat deze regenboog aan kleuren slechts gebaseerd is op 20 verschillende pigmenten, soms versneden met vulmiddelen of goedkope kleurstoffen. Als bindmiddel werd voor vrijwel alle tubes lijnolie gebruikt. In enkele tubes werden ongebruikelijke toevoegingen van raapzaadolie en castorolie gevonden.
 
In Breitners kistje en schilderijen werden pigmenten aangetroffen die Standage liefst van het palet wilde verbannen, maar de bijzondere kwaliteiten van loodwit en nieuwe kleuren met fantasievolle namen waren aantrekkelijker voor de schilder dan het advies van een chemicus. De conclusie is dat Breitner de raad van Standage in de wind sloeg.
 
Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in het kader van de opleiding tot restaurator van schilderijen aan de Universiteit van Amsterdam. Publicatie van de bevindingen is in voorbereiding.
 
Contact: hdiependaal@xs4all.nl
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *