Apps…hoe eigenlijk?

Een (laten) ontwikkelen is nog steeds relatief duur, al wordt het steeds eenvoudiger. Bovendien is het heel moeilijk, om de aandacht van het publiek op de gevestigd te krijgen – en dat ook te houden – omdat de markt met apps wordt overspoeld. Er bestaan tenslotte al meer dan een miljoen apps. Hoe zorg je ervoor dat je   niet meteen kopje onder gaat in dit ruime sop?

Om enigszins kans op succes te hebben moet een app in elk geval aan een aantal voorwaarden voldoen:

Om te beginnen moet het publiek het idee hebben dat hij iets toevoegt wat nodig is. Dit kan natuurlijk extra kennis over een bepaald onderwerp zijn, maar het kan ook iets zijn dat het leven makkelijker of aangenamer maakt of lijkt te maken (‘Appie’ bijvoorbeeld, de boodschappen-app van Albert Heijn die niet alleen als boodschappenlijstje fungeert, maar je ook vertelt wat er in de aanbieding is en wat de kortste/handigste  route door je winkel is).

Een app moet daarbij ook duidelijk en gebruiksvriendelijk zijn. De gebruiker moet in eén oogopslag kunnen zien hoe de app werkt en wat het doel ervan is. Mensen zijn over het algemeen ongeduldig en men denkt al gauw “Hmm, dit is veel te ingewikkeld voor mij”, om de app vervolgens nooit meer te proberen.

Ook moet een app zonder te haperen werken, want, zoals zojuist opgemerkt, mensen zijn ongeduldig en als iets niet goed werkt haken mensen helemaal snel af.

Een ander belangrijk aspect bij het ontwikkelen van een app is de doelgroep. Oudere mensen bijvoorbeeld, 50-plussers, behoren over het algemeen niet tot de grootste groep smartphonegebruikers. Dus als je nou net voor hen een app wil maken moet je je afvragen of hat de moeite en de investering wel waard is.

Er zijn ook technische aspecten waarmee je rekening dient te houden. Bijvoorbeeld de verschillende ‘platforms’ waarop een app draait. ‘Platform’ staat hier voor ‘type smartphone’ of liever het besturingssysteem van de telefoon, zoals daar zijn iPhone, Android en Blackberry. Vooralsnog is het niet mogelijk om een app die voor het ene platform gemaakt is zo-maar te gebruiken op het andere. Ook heeft elk platform ook grofweg een bijbehorend gebruikerstype.  Bij Blackberry hoort bijvoorbeeld de ‘snelle jonge zakenman/-vrouw’ , maar ook ‘scholier’ want bij jongeren is-ie ook heel populair. Apple daarentegen hoort meer bij ‘man, rond de 30, gefortuneerd en ontwikkeld’.
Er worden in de marketing-business uiteraard heel veel onderzoeken gedaan naar welk type smartphone door wat voor soort mensen op wat voor manier wordt gebruikt en het zou verstandig zijn je hierin te verdiepen alvorens je een app gaat ontwikkelen. 

Als aan bovenstaande voorwaarden aandacht wordt besteed kan een app een doelmatig middel zijn om het museumpubliek van extra informatie te voorzien of een rijkere of diepere ervaring te verschaffen, naast of in plaats van het museumbezoek. Men moet overigens over het algemeen geen al te hooggespannen verwachtingen hebben van de terugverdienmogelijkheden van een app. De meeste apps zijn gratis of worden voor een paar euro aangeboden en dan moet hij wel heel vaak gedownload worden om uit de kosten te komen.

Opdat niet iedereen zelf het wiel behoeft uit te vinden en omdat je samen nu eenmaal sterker staat dan alleen, hebben Waag Society en 7Scenes de MuseumApp ontwikkeld. Van de kunnen alle Nederlandse musea gebruikmaken om tegen geringe kosten een (of meer) multimediale tour te maken. Het is de bedoeling om met de het publiek één applicatie te bieden waarbij het publiek in één oogopslag kan zien welke culturele- en museale tours er in een specifieke Nederlandse stad zijn.

Het programma Toegankelijkheid van de RCE heeft zich bij de ontwikkeling van de MuseumApp aangesloten en hoopt daarmee een antwoord te vinden op vragen als: Hoe draagt een app bij aan de ontwikkeling van kennis? Kan een app bijdragen aan het behoud van een object of een collectie? en Wat kan een app toevoegen aan de betekenis van een object?

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *