Loodwitsymposium | Loodwit en loodchromaatgeel: slecht of juist het historisch (Hollands) Spoor

verslag van de presentatie van drs. N. van der Woude (restaurator Stichting Restauratie Atelier Limburg) op de Restauratiebeurs 2011, klik hier voor de overige lezingen.

Samenvatting

Niet alleen de productie en toepassing van traditionele verfsystemen, maar ook de verwijdering van oude verflagen vormt een onderschat milieu- en gezondheidsgevaar. De dwingt de vakgemeenschap tot het zoeken naar een bevredigde omgang met alternatieve materialen en methoden en met de zelf.

Van der Woude presenteerde een objecterichte case studie over het gedeeltelijk herstel van een loodwithoudende verflafwerking in een 19de eeuws interieurensemble. Het naar en interdisciplinaire uitvoering van reconstructief restauratieschilderwerk met oorspronkelijke en alternatieve pigmenten was belangrijk voor het slagen van de restauratie, een restauratie die de Schildersvakprijs won.

Het komt bij restauraties voor dat het aanwezige schilderwerk behouden moet blijven en slechts gedeeltelijk herstel of aanvulling behoeft. Dit was deels het geval bij de restauratie van het koninklijk paviljoen van station Hollands Spoor.

Ter voorbereiding en tijdens die restauratie is interdisciplinair onderzoek gedaan naar de gepolychromeerde afwerking van het interieur door o.a. de Stichting Restauratie Atelier Limburg (SRAL) en het toenmalige ICN  (de huidige RCE). Het schilderwerk van de rijkelijk gedecoreerde plafonds, wandschilderingen, schouwpartijen en betimmeringen bleek nog grotendeels uit de bouwtijd (1888-1894) te dateren, deels toe te schrijven aan decoratieschilder M.A. Hendricks. Al het oorspronkelijke schilderwerk bevatte loodwit in . De groene van de wachtkamers bevatte – nog gevaarlijker – ook chromaatgeel.

Bepaalde onderdelen van de plafonds en schouwen waren in het verleden een keer partieel overschilderd met een alkydverf. Deze verf was anders verouderd dan de oorspronkelijke olieverf en verstoorde het verder authentieke beeld van het volledig bewaard gebleven 19de eeuwse interieurensemble. Na beoordeling van diverse proefopzetten in zowel een modern en traditioneel verfsysteem is besloten tot het overschilderen van deze storende, later aangebrachte, alkydverf met een ‘op maat’ gereconstrueerde olieverf. In de wachtkamers bestond deze olieverf uit loodwit met , als het essentiële pigment om de daar gebruikte groene kleur te benaderen. Het benaderen van deze groene kleur lukte met geen enkel ander pigment.

Tijdens de onderbroken uitvoeringsperiode (2002-2010) is de Europese regelgeving ten aanzien van het gebruik van toxische pigmenten aan banden gelegd. Deze verscherpte Europese regelgeving was in 2009 onderwerp van een internationale studiedag van de SPAB/TPF in Londen waar Van der Woude deel aan nam. Hier kwam naar voren dat niet alleen de productie en toepassing van traditionele verfsystemen, maar ook de verwijdering van oude verflagen, een onderschat milieu- en gezondheidsgevaar vormt. De wetgeving dwingt de vakgemeenschap tot het zoeken naar een bevredigde omgang met alternatieve materialen en methoden en met de wetgeving. Verschillende Europese lidstaten maken op nationaal niveau uitzonderingen voor restauratie en onderhoud van specifieke monumenten.

In de restauratiefase van het Paviljoen die daarna volgde, was de eerder ingezette aanpak geen optie meer. De typische groene tint uit loodwit en loodchromaat in de wachtkamers was in de tweede fase gelukkig niet nodig, want het bleek niet mogelijk deze tint met alternatieve verfsystemen te bereiken. In deze fase waren de vestibules aan de beurt. In deze vertrekken bestond het schilderwerk uit een zandsteenkleur. Om deze verf te benaderen werd een verf gekozen uit zinkwit met loodwit in een van 2%, de Europees wettelijk toegestane hoeveelheid.

Het verouderingsproces van zowel de oude oorspronkelijke als de nieuwe verf werd in het onderzoek opgenomen, om de 19e eeuwse verf zo dicht mogelijk te kunnen benaderen. Nu na enkele jaren is bijvoorbeeld al duidelijk dat de kleur en de glansgraad afneemt en het met loodwit en loodchromaat gerestaureerde werk zich beter voegt bij de oorspronkelijke afwerking van de wachtkamers. Waarmee Van der Woude onderstreept dat er geen goed alternatief is dat op eenzelfde manier verouderd als loodwit.

zie ook “Loodwit als cultureel erfgoed. Dodelijk mooi”, in: Tijdschrift Rijksdienst voor het cultureel erfgoed, nummer 1, winter 2012.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *