Loodwitsymposium | Imitaties imiteren

Een verslag van de presentatie gegeven door L. Polman () op de Restauratiebeurs 2011. Klik hier voor de overige presentaties.

Samenvatting

Alleen met zijn dezelfde karakteristieken na te bootsen die zo kenmerkend zijn voor een oude waar loodwit in is gebruikt. Daarnaast is het aanbrengen van een gelijkende imitatie bij een restauratieproces ondoenlijk zonder van loodwit.

Imitatie imiteren

Als restauratieschilder betreurt L. Polman het verbod op loodwit. Zij imiteert ondermeer oude, beschadigde of overschilderde marmerimitaties. Op basis van blootgelegde delen van een oorspronkelijke schildering, schildert zij deze minutieus na. In deze schilderingen is vaak gebruik gemaakt van loodwit.

- of houtimitaties bestaan niet slechts uit een geschilderd lijntje op een ondergrond. Ze hebben kleur, textuur, een richting, compositie en diepte… en marmerimitaties moeten bovendien hard en ietwat lijken. Die mate van glazigheid is iets waarnaar de imitatieschilder altijd op zoek is en waarop loodwit perfect aansluit. Vaak zijn imitaties  geschilderd in meerdere lagen om deze glazigheid te kunnen bereiken.

Een bevredigend resultaat bij het namaken van een oude imitatie, is pas ècht te bereiken als hiervoor een groot venster is blootgelegd en hiervoor ook de en gereedschappen kunnen worden gebruikt. “Pigmenten hebben allen hun eigen karakter met hun eigen sterke en zwakke kanten. Ze gedragen zich allemaal ook anders tegenover elkaar. Wanneer je deze karaktertrekken goed kent kun je ze in je voordeel gebruiken. Ook de drie verschillende witpigmenten, loodwit, zinkwit en titaanwit, zijn allen totaal anders. In de pot lijken ze misschien hetzelfde wit; daarbuiten zijn ze uniek. Ze hebben bijvoorbeeld allen een eigen mate van transparantie, een eigen viscositeit, hun eigen manier en tijdsduur van droging en zelfs geven ze alle drie een verschillende kleur wanneer ze gemengd worden met hetzelfde pigment.”

In combinatie met andere pigmenten is het verschil in kleur, transparantie en viscositeit zo groot, dat loodwit niet inwisselbaar is voor een ander wit. Het kan ondoenlijk zijn om met een ander wit eenzelfde tint te mengen. Van het zinkwit is veel pigment nodig om zo dekkend mogelijk wit te krijgen. Terwijl titaanwit veel olie nodig heeft en is daardoor voor een gewenste tint soms te vloeibaar (zie afbeelding)

Loodwit is voor Polman vaak een reddende engel gebleken ondermeer vanwege zijn zeer belangrijke en specifieke eigenschap, die de andere twee witten missen; het helpt de verf drogen. “Loodverfstoffen vervullen de rol van katalysator en bevorderen het drogen van de olielaag, wat op zich al een proces is dat alle hulp kan gebruiken om gelijkmatig en verantwoordt door te drogen en harden; eerst droogt de toplaag doormiddel van zuurstof aan en vervolgens ontsnappen gassen door kleine poreuze openingen die vervolgens de zuurstof weer opnemen en de doordroging weer bevorderen. Om een voorbeeld te noemen: een wit marmerimitatie schilder je niet met lijnolie maar met papaverolie, omdat deze minder vergeelt. Maar papaverolie droogt uitermate slecht en kan zelfs dagen nat blijven! Dat is niet werkbaar op een restauratieproject, met deadlines, waar misschien de kachel nog niet is aangesloten, waar ook anderen tegelijkertijd hun werkzaamheden moeten uitvoeren of bij een opdrachtgever die gewoon thuis is en na 3 dagen toch vergeten is dat hij niet met zijn nieuwe jas tegen dat kozijn moet gaan staan. Soms, of zelfs vaak is het zo dat je echt alle geluk van de wereld moet hebben om op het juiste moment van een restauratie in de planning te passen wil je al deze problemen de baas kunnen blijven. Een puntje loodwit erbij en het euvel is verholpen; de volgende dag is de verf al stofdroog, ook onder koude omstandigheden!“

zie ook “Loodwit als cultureel erfgoed. Dodelijk mooi”, in: Tijdschrift Rijksdienst voor het cultureel erfgoed, nummer 1, winter 2012.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *