Loodwitsymposium | Gebruik van loodwit bij rijtuigrestauratie

verslag van de presentatie van T. van der Weel, (restaurator bij Stichting Tramwerk) op de 2011, zie voor de overige presentaties het programma.

samenvatting

Voor het behoud van historische tramdaken is loodwit het enige geschikte materiaal. Om dit cultureel erfgoed te behouden is het wenselijk om loodwit te kunnen verwerken, op verantwoorde wijze.

De bevestiging en afdichting van de houtgedekte historische gebeurt van oudsher door met verf geïmpregneerde doeken en afgewerkt met ‘stofkleur’, de kleur van het doek. Tot voor kort werden tramdaken op deze authentieke wijze hersteld. Ze beginnen dan met het verwijderen van de resten van de oude dakbedekking. Het herstelde houten dak krijgt een laag loodwitverf. In de nog natte verf wordt het nieuwe linnen doek gladgestreken en vastgenageld. Dit nieuwe linnen wordt vervolgens geschilderd met een loodwithoudende verf in een ‘stofkleur’.

Het met loodwitverf geïmpregneerde linnendoek maakt het dak waterdicht en tegelijkertijd elastisch, omdat het meebeweegt met het werkende houten dak. Noodgedwongen zijn ze overgestapt op zinkwit, maar dat bevalt niet. Zinkwit heeft wel drie weken nodig om te drogen en eenmaal droog is het te hard om te slijpen. Met loodwit zou Van der Weel 100 jaar garantie geven, met zinkwit niet.

Van der Weel verwerkte de loodwithoudende verf het liefst met omdat je de moet kunnen voelen bij het aanspannen van het doek. Daarna kun je je . Het is een discrepantie dat loodwit niet mag worden verwerkt, bij het verwijderen van de oude doeken komt immers veel loodstof vrij. In sommige gevallen moet je met loodwit werken en is het gewoon een kwestie van hygiënisch werken.

zie ook “Loodwit als cultureel erfgoed. Dodelijk mooi”, in: Tijdschrift Rijksdienst voor het cultureel erfgoed, nummer 1, winter 2012.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *