Loodwitsymposium | Dodekop & loodwit bij Ons Lieve Heer

Dodekop & loodwit bij Ons’ Lieve Heer op Solder

verslag van de presentatie gegeven door ir. F. Franken (bureau voor en restauratie) en drs. R. Jongsma (bureau voor & restauratie) op de Restauratiebeurs 2011. Klik hier voor de overige presentaties.

samenvatting

In deze objectgerichte case-studie wordt de zoektocht toegelicht naar een geschikte vervanger voor loodwit in het nieuw aan te brengen restauratieschilderwerk. De toekomst zal uitwijzen of dit is gelukt.

Tijdens de restauratie werd het museum geconfronteerd met de Europese wetgeving. De door het museum aangevraagde en verkregen ontheffing voor het gebruik van authentieke materialen in Rijksmonumenten gold niet voor loodwit.

Het museum had loodwit willen gebruiken om de kerkzolder met een lijnolieverf in een paarsachtig roze tint te schilderen. De uitkomst van het kleuronderzoek door Jongsma liet zien dat de zolder in de periode dat er nog ‘gekerkt’ werd deze rossige kreeg. Dat moet omstreeks 1830 zijn geweest. Het paarsachtige roze is door de RCE geanalyseerd als een mengkleur uit loodwit met paarse dodekop, een ijzeroxidepigment.

Omdat er geen loodwit mag worden gebruikt is gezocht naar een vervangend wit pigment dat de meeste overeenkomsten geeft met loodwit. Kleuronderzoeker en restaurator Jongsma maakte daartoe diverse verfstalen.

Niet alle witte pigmenten zijn geschikt voor gebruik in lijnolieverf. Zinkwit en titaanwit zijn de enige witte pigmenten die naast loodwit veel gebruikt worden. Diverse verfstalen met mengsels uit deze witte pigmenten met dodekop werden met elkaar vergeleken. Geen één van de vervangers gaf hetzelfde optische resultaat als loodwit. Hoe dit komt wordt is te lezen in de presentatie “De chemie van lood-, zink- en titaanwit-houdende verven; niet alle witten zijn hetzelfde“.

Het uitgangspunt van de restauratiearchitect Franken is om na de restauratie zo min mogelijk in te grijpen. Dit betekent bijvoorbeeld niet iedere vijf jaar nieuw binnenschilderwerk. Loodwit zorgt voor een duurzame verf en was daarom zijn eerste keus. Daarnaast is het gebruik van de authentieke materialen cruciaal om een historisch beeld en gevoel op te roepen. Die materialen zullen zich op een voorspelbare manier bouwfysisch gedragen en verouderen, overeenkomstig met de die de oorspronkelijke materialen hebben ondergaan.

Het restauratieteam koos als titaanwit gemengd met gele oker. Zij is er tevreden mee hoe de hiermee verkregen kleur er bij de oplevering uit ziet. Belangrijk is echter ook hoe het er over vele jaren zal uitzien. Het museum wilde een zo accuraat mogelijke van het historische beeld, dat vervolgens minimaal zestig jaar mee kan. Het is nu voor het museum afwachten hoe de door verfmakers Bok en Zonen secuur op maat gemengde lijnolieverf veroudert. De veroudering van de gebruikte verf zal zeker anders zijn dan wanneer zij gemaakt zou zijn met loodwit. Want, het verschil is niet alleen een kwestie van kleur.

zie ook “Loodwit als cultureel erfgoed. Dodelijk mooi”, in: Tijdschrift Rijksdienst voor het cultureel erfgoed, nummer 1, winter 2012.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *