Wie bepaalt de waarde van de museumcollectie: professional of publiek?

Verslag van een experiment met het waarderen van objecten uit de collectie ‘ en Stoken’ van het Nederlands Openlucht Museum in Arnhem tijdens de workshop op het Museumcongres van 2011.

Is er een verschil tussen de waardering van museumobjecten door de expert en het publiek? En waardeert het publiek anders wanneer meer informatie over het object wordt gegeven?

: "Wie bepaalt de waarde van de museumcollectie ….. ?" (foto Fred Ernst)

Met een klein experiment wilden we in de workshop een antwoord krijgen op deze vragen. De deelnemers moesten zes keer een keuze maken uit telkens twee objecten uit de collectie ‘Koken en Stoken’ van het Nederlands Openlucht Museum, de verzameling en fornuizen. In de eerste ronde kregen ze alleen een plaatje van de objecten te zien. In de tweede ronde moest opnieuw een keuze gemaakt worden uit dezelfde paren objecten, maar nu werd erbij verteld wat het voor object was en wat het betekende. [1]

: "…. het publiek of de professional?" (foto Fred Ernst)

De conservator van de collectie, Hans Piena, werd ook gevraagd om zijn keuze te maken. We gingen er vanuit dat de meeste deelnemers geen deskundigen zijn als het gaat om kachels en fornuizen. Daarom zou je ze kunnen vergelijken met een algemeen publiek, dat weet wat een en een fornuis is, en daar een persoonlijke waardering voor heeft, maar niet over een brede deskundigheid beschikt.

In totaal deden 52 deelnemers van de workshop mee met het waarderingsexperiment en leverden een formulier in.

heeft de formulieren uitgedeeld en gaat het keuze experiment presenteren.

 Waar moesten de deelnemers uit kiezen?

De keuze was telkens uit twee objecten en in totaal werden 6 ‘duo’s’ getoond. Laten we eens kijken hoe die keuzes van het ‘publiek’ en de ‘professional’ uitvielen.

  

Piena kiest het object links.

In de eerste ronde kiezen 21 deelnemers ook deze kachel. Maar na de toelichting kiezen 35 deelnemers voor de stadsgashaard in plaats van de petroleumkachel. Een wijziging van bijna 25%.

Een andere opmerkelijke afwijking komt voor bij de tweede set:

  

Hans Piena kiest het linker object. In de eerste ronde delen 7 deelnemers zijn keuze. Na informatie zijn dat er nog maar 6. Hier blijken expert en ‘ publiek’  dus te verschillen in hun voorkeur.

Links is een gaskachel te zien, symbool voor de grote omwenteling door de ontdekking van het aardgas. Rechts is een elektrische kachel, ontworpen door Wim Rietveld (zoon van de bekende Stijl architect Gerrit Rietveld) voor Inventum.

De derde set laat weer het ‘ gelijk’ van de expert zien:

  

Hans Piena kiest het linker object, een petroleumkachel. Dat doen  26 deelnemers aanvankelijk ook.

Na informatie over de objecten prefereren 35 deelnemers de petroleumkachel boven de oliekachel. Over de Calmix petroleumkachel werd verteld dat deze door Goed Wonen werd gepromoot als een stilistisch verantwoord ontwerp.

De vierde set laat ook de keuze van de expert prevaleren:

  

Hans Piena kiest voor de badkachel (links).

In de eerste ronde kiest een krappe meerderheid van de deelnemers voor het veevoederfornuis(rechts), maar na een toelichting zijn de meningen 50/50 verdeeld.

Bij de vijfde set wijkt het publiek weer af van de expert:

  

Hans Piena’s voorkeur gaat uit naar de badgeiser (links). De deelnemers zijn dat in de eerste ronde voor het overgrote deel met hem eens.

Maar nadat verteld is dat het object rechts een strijkkachel is, bestemd voor het verhitten van strijkijzers en vooral gebruikt in commerciële wasserijen en strijkerijen, blijken er 12 deelnemers meer voor dit object te kiezen.

Bij de laatste set kiezen de deelnemers bij nader inzien weer meer voor de keuze van de expert:

  

Piena geeft de voorkeur aan het noodkacheltje uit de Tweede Wereldoorlog, het object rechts.

In eerste instantie doen 24 deelnemers, iets minder dan de helft, dat ook. Maar na de informatie over het object verkiezen 32 deelnemers het noodkacheltje boven de kunstmoeder, waarvan de kap die de warmte moet neerstralen op de kuikens ontbreekt.

 Enige observaties.

52 deelnemers aan de workshop deden mee aan het experiment (foto Fred Ernst)

Om een beeld te krijgen van de deelnemers vroegen we ze enkele kenmerken van zichzelf aan te geven, zoals leeftijd, ervaring met waarderen van museumcollecties en functie. Daaruit bleek dat de gemiddelde deelnemer jonger was dan 55, een alfa opleiding heeft en zich wel eens heeft beziggehouden met het waarderen van museumcollecties.

Functie Het merendeel van de deelnemers heeft een management- of collectiegerelateerde functie. Dat bevestigt een beeld dat het waarderen van museumcollecties en –objecten het werk is van museummanagers en collectiebeheerders.  

15% van de deelnemers heeft een publieksfunctie en 12 % werkt niet in een museum. In deze groep heeft de meerderheid geen ervaring met het waarderen van collecties. Slechts drie van de 14 gaven aan enige ervaring er mee te hebben.

Dat geeft de indruk dat museummedewerkers met een publieksfunctie zich minder met collectiewaardering bezighouden. Ze voelen zich daarom wellicht minder aangesproken door de workshop over de waardebepaling van museumcollecties. Maar omdat de workshop duidelijk aandacht vroeg voor de rol van het publiek bij het waarderen van museumcollecties hebben deze deelnemers mogelijk toch besloten om er aan deel te nemen.

Leeftijd De meesten van de deelnemers zijn jonger dan 55 jaar: 88 %. Slechts 6 deelnemers hebben dus, al dan niet bewust, meegemaakt dat in Nederland aardgas werd ontdekt (1959) en het koken en stoken op steenkool en stadsgas op z’n eind liep. We veronderstelden dat deze deelnemers daardoor meer kennis zouden hebben van deze collectie. Dat zou kunnen betekenen dat ze ook zonder informatie een goede inschatting kunnen maken van de culturele waarde van de getoonde objecten en ze bij de tweede ronde weinig van mening zouden veranderen. Maar geen van de 6 liet de keuze ongewijzigd en de meesten veranderden 2 of 3 keer van mening na de toelichting op de objecten.

Ervaring Hoeveel ervaring hadden de deelnemers met het waarderen van museumcollecties? Slechts één deelnemer beschouwde zich als expert op het gebied van waarderen. Daar zou je uit kunnen opmaken dat het waarderen van museumcollecties als een vak apart wordt gezien, een deskundigheid die je niet zomaar verwerft. 12 deelnemers gaven aan vaak bezig te zijn geweest met het waarderen. Een derde daarvan heeft een management functie, de andere 66% doen collectie gerelateerd werk. Het zijn allemaal alfa’s.

Of die achtergrond veel zegt over de mate waarin men zich met waarderen bezighoudt is de vraag. Onder de 7 gamma’s bevindt zich een expert, terwijl de rest geen of weinig ervaring heeft. En omdat zich slechts twee beta’s onder de deelnemers bevonden kunnen we niet zoveel zeggen over de verschillen tussen alfa’s, beta’s of gamma’s als het gaat om het waarderen van museumcollecties.

De keuze van de expert

Hans Piena is als conservator Wooncultuur verantwoordelijk voor de collectie kachels en fornuizen van het Openluchtmuseum. Recentelijk heeft hij zich uitgebreid in de collectie verdiept omdat het museum een afweging wil maken welke objecten wel en welke niet in de collectie blijven. Het rapport dat hij over de deelcollectie opstelde – Koken en stoken. Verkenning van de deelcollectie koken en verwarmen (12-09-2011) – leverde het materiaal voor het experiment in de workshop.

Hans Piena (tweede van rechts) leidt rond in het depot van het Openlucht Museum en toont de collectie kachels en fornuizen.

Piena heeft een keuze gemaakt op wat hij omschrijft als ‘ inhoudelijke gronden”, die hij verder niet nader heeft toegelicht. Maar gezien zijn recente inventarisatie en analyse van de deelcollectie en de vraag wat de belangrijke objecten in deze deelcollectie zijn, ligt het antwoord voor de hand. Deze objecten passen het beste in het verhaal dat het Openluchtmuseum wil vertellen.

Eén deelnemer had in eerste instantie dezelfde keuze als Hans Piena. Vervolgens wijzigde deze deelnemer de keuze in de tweede ronde op twee punten. In de tweede ronde koos geen enkele deelnemer de selectie van Hans Piena.

In eerste instantie wijkt een kleine meerderheid af van de keuzes van de expert: 144 keer deelt men de voorkeur van de expert en 168 keer niet. Nadat de deelnemers informatie over de objecten hebben gekregen verandert dat in 163 keer eens met de expert en 149 keer oneens. Blijkbaar geeft de informatie aanleiding om vaker eenzelfde keuze te maken als de expert.

Toch is het nu ook weer niet opvallend veel. Per saldo gaat het om een verschuiving van 19 keuzes, een wijziging van 6%: 32 keer zoals de expert en 13 keer andersom.

In totaal wordt 84 keer een keuze gewijzigd nadat er informatie over het object is gegeven, dat is 27 procent. Dat betekent dat men in de meeste gevallen de eerste keuze bevestigd ziet door de informatie.

Maar wie heeft het nu goed of fout? Of kun je dat zo niet zeggen?

Natuurlijk heeft de expert gelijk. Die heeft een goed overzicht over de collectie en het thema. De keuze is gebaseerd op kennis van de objecten en de functie die ze in de museumcollectie hebben.

Betekent dat, dat de keuze van het publiek, de niet-expert, daarmee verkeerd is?

Dat kun je ook niet zomaar stellen. Het publiek heeft misschien een andere voorkeur, maar dat betekent niet automatisch, dat het een verkeerde voorkeur is. Vooral de gevallen waarin het publiek sterk afwijkt van de voorkeur van de expert kunnen interessante inzichten opleveren. Hier ziet het publiek iets in, dat de expert blijkbaar niet ziet.

 

De workshop werd verzorgd door Arjen Kok en Hanneke van der Beek. Max Meijer droeg bij aan het concept en trad op als gast moderator. 

Met dank aan Hans Piena (NOM) en alle deelnemers voor hun bijdrage aan de workshop.

 

 


[1] Het experiment is geïnspireerd op het project Split Second van het , New York. Het museum liet het publiek een keuze maken uit de collectie Indiase miniaturen, die vervolgens van 13 juli tot en met 31 december 2011 getoond werden. Voor meer informatie over dit   project zie: http://www.brooklynmuseum.org/opencollection/labs/splitsecond/ 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *