Kwik aan boord bij RCE Lelystad

Kwikdruppel. Nationaal Scheepsarcheologisch Depot (foto: Ton Penders)

Kwikdruppel. Nationaal Scheepsarcheologisch Depot (foto: Ton Penders)

Wederom een blog over het NWO-Odysseeproject Wrak . Analyse en presentatie van de eerste onderwateropgraving in de Noordzee. Schreven we vorige keer over runderhuiden uit dit wrak, nu staan kwikdruppels centraal in dit blog.

Kwik is het enige metaal dat vloeibaar is (het stolt pas bij -38,87 graden Celcius), óók onder water! Bij de opgraving van scheepswrak Aanloop Molengat kwamen de duikende archeologen regelmatig druppels kwik op de zeebodem tegen, rollend in de stroming. Enkele druppels werden tijdens het onderzoek geborgen.[foto: kwikdruppel].

Hoe werd kwik in 17e eeuw vervoerd?

Loden dop van een fles. Nationaal Scheepsarcheologisch Depot (foto: Ton Penders)

Loden dop van een fles. Nationaal Scheepsarcheologisch Depot (foto: Ton Penders)

Kwik is een zwaar metaal en lastig te vervoeren. Er werd in de 17e eeuw geëxperimenteerd met de opslag en het vervoer van kwik in varkensblazen, glazen flessen en steengoed kruiken. In Aanloop Molengat zijn geen steengoed scherven gevonden, maar wel loden dopjes van glazen flessen. De dopjes zijn door Bertil van Os, senior onderzoeker anorganische materialen van de RCE gemeten met de XRF om te bepalen of er een verhoogde hoeveelheid kwik aanwezig is. De metingen toonden aan dat in en op de loden doppen geen kwik is aangetroffen, maar wel in de hals of kraag van de glasresten in de dop. We kunnen voorzichtig concluderen dat het kwik vervoerd is geweest in glazen flesjes met deze loden doppen.

Het was dus geen visserslatijn van de oude Texelse visserman, die jaren geleden bij een biertje in de haven vertelde dat hij vele jaren terug in de omgeving van het ‘kwikwrak’ glazen buisjes opviste, gevuld met kwik en omwikkeld met touw.

‘As mad as a hatter’

'Mad Hatter', afbeelding uit Lewis Carroll, Alice's Adventures in Wonderland (1865).

Kwik werd in de 17e eeuw onder andere toegepast in thermometers en barometers, bij het maken van spiegels en voor medicinale doeleinden, zoals de behandeling van syfilis.

Smeerkuur met kwikzalf. Uit: ‘A malo Franzcos, morbo Gallorum, praeservatio ac cura’ door de Weense arts Bartolomeus Steber (1497-1498), Oostenrijkse Nationale Bibliotheek, Wenen.

Smeerkuur met kwikzalf. Uit: ‘A malo Franzcos, morbo Gallorum, praeservatio ac cura’ door de Weense arts Bartolomeus Steber (1497-1498), Oostenrijkse Nationale Bibliotheek, Wenen.

Het kwik (mercury in het Engels) gaf bij deze laatste toepassing aanleiding tot de woordspeling: “Een nacht in de armen van Venus leidt tot een leven op Mercurius”. Voor ‘genezing’ diende men het kwik via de mond in te nemen, op de huid te wrijven of te injecteren.

Ook werd kwik gebruikt bij het maken van vilten hoeden. Dierenhuiden werden in een bad van kwik-nitraat gelegd, waardoor de stugge haren soepel werden. De hoedenmakers hadden een reputatie van dronkenlappen: ze trilden, praatten met dubbele tong en hadden stemmingswisselingen. Het werd echter allemaal veroorzaakt door de ingeademde kwikdamp, die onherstelbare schade veroorzaakte aan hersenen, zenuwstelsel, lever en nieren. In Engeland ontstond de uitdrukking “as mad as a hatter”, in Nederland werd het de ‘hoedenmakersziekte’ genoemd .

Gezondheidsrisico

Eén druppel kwik kan veilig worden opgeslagen, maar wat zijn de risico’s als het kwik op de zeebodem met het metaal in nabijgelegen vondsten legeringen is aangegaan? Zo toonde het XRF-onderzoek aan dat sommige messing spelden voor meer dan de helft uit kwik bestaan.

Vermoedelijk is deze legering, koperamalgaam geheten, pas tot stand gekomen ná het zinken van het schip. De duikers hebben tijdens de opgraving regelmatig gezien dat de kwikdruppels zich aan de spelden vasthechtten. Amalgamen zijn onder de huidige condities inert en vormen geen direct risico voor de gezondheid. Toch zullen voorzorgmaatregelen getroffen worden door deze vondsten dampvrij te verpakken, om elk risico te vermijden dat medewerkers die dagelijks met de vondsten werken, ‘as mad as a hatter’ worden’, zonder ooit één hoed te hebben gemaakt.

Nationaal Scheepsarcheologisch Depot

De wrakvondsten en de documentatie van het onderzoek bevinden zich in het Nationaal Scheepsarcheologisch Depot van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed . Begin 2012 zal een selectie uit de vondsten te zien zijn in het Maritiem & Juttersmuseum op Texel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *