Thea van Oosten (24 juni 1946) met pensioen

Thea van Oosten

Wie het ateliergebouw in Amsterdam betreedt, komt eerst langs Thea’s kamer. Naast haar computer staat een plastic brood en overal liggen beestjes, kammen, bakjes, eetgerei. Het is een uitdragerij van allerlei soorten plastic spullen. De laatste jaren zijn die barbiepoppen, schalen, speelgoedeendjes, stressballen gerangschikt op kleur in kasten gezet. Het zal letterlijk en figuurlijk een grote leegte geven als onderzoeker Thea van Oosten de Rijksdienst gaat verlaten.

Thea kwam in 1975 naar het Centraal Laboratorium voor Onderzoek van Voorwerpen van Kunst en Wetenschap. Als een soort onderzoeksassistent zegt ze zelf. In 1980 vertrok ze weer. Ze ging haar kinderen groot brengen en scheikunde studeren. Met de bul onder haar arm stapte ze er in 1988 weer binnen. Ze was gespecialiseerd in FTIR (infraroodspectroscopie) en stortte zich op de problemen van de veroudering, conservering en van plastic voorwerpen. Ze adviseerde musea in binnen- en buitenland. Ze participeerde in forums, publiceerde artikelen en boeken, en was (zeer) actief binnen ICOM-CC. The grand old lady van de plastics is een flamboyante verschijning met een eigen mening over alles.

Thea en plastics. Thea en pensioen. Dat eerste een feit, het tweede een haast onmogelijke combinatie. Op donderdag 30 juni wuiven we haar uit met een symposium, een borrel en ongetwijfeld ook een traan.  Leest allen haar laatste boek: facts.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *