Vele handen…

In de eerste jaren van deze eeuw stonden veel musea voor de keuze van een softwarepakket waarmee ze de collectieregistratie konden automatiseren. Het was de tijd waarin iedereen dacht dat je het beste één informatiesysteem kon bouwen voor zo veel mogelijk werkzaamheden in het museum. Iedereen zou leren werken met dezelfde systematiek en op die manier zorgen voor een goede spreiding en borging van kennis en ervaring. Het waren ook de jaren dat softwareleveranciers je nog konden wijsmaken dat zij voor alle problemen een oplossing hadden; ook voor onderdelen die zeer ver verwijderd waren van hun core-business.

In feite was de keuze erg beperkt. Je kon kiezen uit enkele bestaande pakketten die veel konden maar niet noodzakelijkerwijs aansloten op de praktijk in het museum of je kon een eigen systeem laten bouwen dat precies deed wat je wilde maar erg duur was in bouw en onderhoud. Inmiddels zijn we 10 jaar verder en een stuk wijzer. We hebben geleerd dat er niet één systeem voor alles is en dat het zelf nabouwen van bestaande software een heilloze weg is. We hebben leren werken met een grillige verzameling van standaardpakketten en maatwerkaanpassingen. Het zijn pragmatische informatiesystemen, ontwikkeld vanuit onze dagelijkse praktijk, die verre van perfect zijn maar min of meer voldoen, in ieder geval voor dit moment.

De alwetende software leverancier is intussen van de troon gestoten en wordt alleen nog geraadpleegd voor hele specifieke vraagstukken. In de nieuwe werkelijkheid zoek je de ideale combinatie van programma’s voor de oplossing van je probleem. Dat betekent dat je meerdere experts moet inzetten om het beste uit de pakketten te halen. De centrale regie en de onderlinge afstemming van alle specialistische kennis moet je zelf doen. En dat is goed omdat jij het beste kan beoordelen wat wel of niet werkt in jouw praktijk.

Bij het bouwen van museale websites doet zich een vergelijkbare ontwikkeling voor. Het is heel lang de gewoonte geweest, zeker bij (moderne) kunstmusea, om de website van buiten naar binnen te ontwerpen. Je zocht een spannende ontwerper die goed bij je paste en gaf carte blanche voor het bouwen van de gehele site. Dat een voortreffelijk vormgever en interaction designer misschien niet de beste oplossingen kiest voor het onderliggende  informatiesysteem dat veel langer mee moet, hebben we  inmiddels geleerd. Na meerdere kostbare sites met een zeer korte levensduur, is het besef doorgedrongen dat een website het resultaat moet zijn van een samenwerking tussen verschillende experts en gebouwd moet worden volgens een verstandig en afgewogen  ontwerp dat rekening houdt met verschillende invalshoeken en toekomstig hergebruik van functionaliteit en content.

Dat de beste museale website niet langer het resultaat is van een pitch van bekende ontwerpbureaus is nog niet bij alle grote spelers doorgedrongen. Er zijn nog steeds klanten van grote naam die op veel te korte termijn een website willen die alles kan. En zolang die klanten bestaan zijn er  belangrijke ontwerpbureaus te vinden die het traditionele pakket aanbieden dat je in zijn geheel moet afnemen. Eerst  een paar dagen op de hei brainstormen over wie je eigenlijk bent en wat je met wie wilt communiceren. Dan een periode van storyboards en visuele impressies om de juiste look and feel te bepalen. En, verdomd, na drie maanden een nieuwe site volgens de nieuwste mode en met de laatste gadgets. Over de kosten wordt heel lang een slag om de arm gehouden, want die zijn helemaal afhankelijk van wat je wilt natuurlijk, en dat weet je nog niet, want dat ga je o.a. op de hei uitzoeken. Dat je hoe dan ook meerdere tienduizenden euro’s kwijt bent is een gegeven. Net als het feit dat je over een paar jaar het hele proces weer opnieuw moet doen omdat de houdbaarheidsdatum van de site is verlopen.

Gelukkig staat er een nieuwe generatie op die anders wil en kan werken. Ontwerpers en bouwers van websites die geen zin hebben  om half werk te leveren dat ze met veel bravoure duur moeten verkopen. Specialisten die zich realiseren dat zij heel goed zijn in één ding, maar niet in iets anders. Die er niet voor terugschrikken om een stukje te bouwen dat geschikt is voor een andere expert die het aansluitende puzzelstukje moet maken. Kleinschalige professionals die zich realiseren dat er alleen werkelijk interessante en duurzame producten ontstaan als vele handen constructief samenwerken en gebruik maken van elkaars werk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *