Van achter naar vóór de schermen

Wie weer eens iets bijzonders wil zien, moet een bezoek brengen aan Museum De Lakenhal in Leiden. Nog tot het einde van het jaar wordt er, volgens de website van het museum, de grootste tentoonstelling uit de geschiedenis van het museum gehouden, onder de titel Werk in Uitvoering. Gesteund door een flinke gemeentelijke subsidie wordt een groot deel van de collectie van het museum opnieuw bekeken, en geregistreerd, schoongemaakt en gefotografeerd. Om dit proces ook voor het publiek zichtbaar aantrekkelijk te maken, is gekozen voor het plaatsen van een ‘lopende band’ in de beide museumzalen waar de werkzaamheden plaats vinden. Van achter de ramen is het gehele proces goed te volgen, en kun je als museumbezoeker van dinsdag tot en met vrijdag over de schouders meekijken van de verschillende museum- en projectmedewerkers. Gele bakken, gevuld met de soms raarste museumobjecten, glijden in een traag tempo over de blauwe band. De inrichting is een ontwerp van Studio Ramin Visch. Het publiek wordt niet vergeten: iedere bezoeker kan zich met zijn of haar eigen verzameling laten fotograferen, op de website kan men de functie raden van een object, en elders in het museum worden selecties uit de collectie tentoongesteld zodat je als bezoeker er nog eens rustig naar kunt kijken. Voor de museumprofessional wordt er tijdens de Expertdag op vrijdag 10 december as. een toelichting op het project gegeven, en in het laatste nummer van Museumvisie van dit jaar verschijnt een kort artikel over het project.

Het publiek kan van dit alles geen genoeg krijgen. Restauratie op zaal of een bezoek aan het restauratie-atelier, depotopstelling op zaal (zoals de 1200 schilderijen uit Museum Boijmans Van Beuningen die dit voorjaar in de Rotterdamse Kunsthal te zien waren) of een rondleiding door het museumdepot, een Hard Hat Tour in Het Nieuwe Rijksmuseum, het zijn dé activiteiten op de museumagenda die het vlugst zijn volgeboekt.

De vroegst mij bekende restauratie op zaal is die van de Nachtwacht in 1975/76. Uit nood geboren, dat wel, want nadat het schilderij door een gestoorde man op 14 september 1975 letterlijk aan flarden was gesneden, was het onmogelijk het schilderij te verplaatsen. Bovendien was er veel ruimte nodig voor de restauratie, en moest het schilderij ook nog voor het publiek zichtbaar blijven. Zo herinner ik mij dat ik als klein jongetje van zes (‘sensatie, sensatie: De Nachtwacht wordt gerestaureerd’) een bezoek bracht aan het Rijksmuseum om, vanachter een raam dat met gordijnen kon worden gesloten, het schilderij op een hoge stellage te zien waarop enkele restauratoren aan het werk waren. Van publieksparticipatie of een rondleiding door het restauratie-atelier had iemand ooit gehoord, maar het was in ieder geval, hoe triest de aanleiding ook was, het voorzichtige begin van een nieuwe trend in museaal Nederland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *