‘Hello, it’s museum night’

Dr. F. Kuyvenhoven en Teun

‘Hello, it’s museum night’ Zo opent het handige kleine programmagidsje dat het handboekje was voor de 11de Amsterdamse Museumnacht. Alle grote steden hebben zo langzamerhand hun eigen museumnacht, maar die van Amsterdam is de oudste. Het eerste weekend van november is hier al 11 jaar De Nacht van de Musea. Gisteravond opende De Nacht in alle vroegte bij het Tropenmuseum, met een lightshow en muziek.

Omdat ik een van de wereldwonderen, nl. lopen over water niet wilde missen, of in ieder geval de kostbare tijd (tussen 19.00 en 02.00 uur kan je 45 musea in, met ieder toch gemiddeld 4 à 5 activiteiten per avond) niet wilde opofferen aan wachten en nog es wachten in een rij, ben ik als eerste naar het Bijbels Museum gegaan. Je kaartje was je tramkaart, dus geen gehannes met in- en uitchecken en vooral het vergeten daarvan. Voor alle musea een grote blauwlichtgevende box, dus ongeveer aan alles was gedacht. Het Bijbels Museum stond in het teken van de wonderen. En een daarvan was over water lopen. Als Petrus het kon leren, dan kon de museumnachtbezoeker dat ook. In het water lag een grote plastic bol. Door je te gedragen als een woelrat in een tredmolen kon je de bol over water laten bewegen. Ik was echter meer een tod in een centrifuge en ben niet verder gekomen dan telkens kopje over te gaan. Een mega-ervaring. Daarna in het Bijbels Museum nog van water wijn proberen te maken in 10 minuten, meegeholpen aan de schepping nog een keer over te doen en een rondleiding gehad over een prachtige tentoonstelling met Bijbelwonderen. Overal duidelijk herkenbaar museumpersoneel, ongetwijfeld versterkt door een leger vrijwilligers. Petje af.

Daarna naar het Allard Piersonmuseum, landje pik doen, en Alexander de Grote  achterna op Google Earth, toegelicht door een vakvrouw met aanwijsstok. Waanzinnig, waar die man 11 jaar overdeed zag ik in een kwartier. Maar juist die korte snapshots maken de museumnacht. Je kan van alles overal snoepen. Ook letterlijk, bijna overal is iets te eten en te drinken. Na het Allard Pierson via de kantine van de Bijzondere Collecties van de UvA waar Restaurant Fifteen liet zien en proeven hoe strelend eten kan zijn, naar het Nederlands Instituut voor Mediakunst (NIMk, voorheen Montevideo). Niet omdat ik al die videogames, joysticks, filmpjes en interactief gehannes zo interessant vindt, maar omdat mijn jeugdige metgezel zich daar uitleven wilde. Daar zag ik een publiek wat je eigenlijk nooit in musea ziet. Hippe, jonge, levendige, buitenlandse, bezoekers die zich op iedere gadget storten, spelend, proberend, elkaar aanmoedigend, drinkend, dansend, genietend.

Het was ondertussen al 2300 uur en we moesten verder. En ja, wat is een museumacht zonder de mastodonten aan het Museumplein even te bezoeken? Dat heb ik geweten. Voor het Rijksmuseum stond een rij die er op zondagmiddag ook staat, en toen we al wachtend met chupachupslollies buiten naar de Nachtwacht in chupachupslollies stonden te kijken (nota bene het enige wat van Museumnacht op het Jeugdjournaal is gekomen) bedachten we dat we beter naar het Van Goghmuseum konden gaan. Het was ondertussen al bijna 7 november. Daar in het prestigieuze Van Gogh heb ik eindelijk vechten geleerd. Op de wat verloren ruimte op de bovenste verdieping werd een workshop ‘stuntvechten’ gegeven. Hoe sla je in een film, geef je je tegenstander een knietje zodat hij echt gevloerd lijkt of trek je je tegenspeeltster zodanig aan haar haren dat je rustig naar huis kunt omdat ze die nacht niet meer op zal staan. Twee kloeke jongens, van beroep stuntman, leerden ons in een half uur de fijne kneepjes van hun vak. Vervolgens namen ze alles op alsof we op de set van Sylvester Stallone waren en die werd teruggedraaid en geanalyseerd. Met een tand door mijn lip omdat ik niet goed geluisterd had en mijn tegenspelertje wel, heb ik de afterparties tot in de kleine uurtjes laten zitten.

Het was een weer een prachtige Nacht. De combi vaste presentatie, tentoonstelling en extra activiteiten laten zien hoe flexibel en veelzijdig musea zijn, hoe enthousiast hun medewerkers en hoe er gebruikt van wordt gemaakt. Er waren 26.000 kaartjes die in een paar weken waren uitverkocht. Op de avond zelf was niets meer te krijgen. Moet je je voorstellen dat er trendy twintigers op de stoep van het Stedelijk Museum staan te roepen of iemand nog kaartjes heeft……. Wie heeft het hier over linkse hobby’s? Wie heeft het hier over dat er moet worden bezuinigd op cultuur?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *