eenheid in verscheidenheid – 3

In de afgelopen jaren zijn musea gewend geraakt aan een bedrijfsmatige aanpak van de werkprocessen. Activiteiten van het instituut worden omschreven als producten voor doelgroepen, met succes- en risicofactoren die geëvalueerd kunnen worden. Het ontwikkelen van herbruikbare, generieke modules voor de online activiteiten van een museum past goed in het streven naar een efficiënte organisatie. Met een eenmalige investering in basissoftware kunnen veel relatief goedkope producten gemaakt worden. Het voorstel om eenzelfde principe aan te houden voor het vastleggen en hergebruiken van de inhoud van de online presentaties is lastiger in te passen in het lopende beleid.

Bij het ontwikkelen van een museale website gaat veel aandacht uit naar het visuele eindresultaat. Dat is niet verwonderlijk omdat dit onderdeel het meest lijkt op een van de kerntaken van het museum; aantrekkelijke presentaties maken waar veel publiek op afkomt. Ook voor de content van de site wordt over het algemeen teruggegrepen naar de vertrouwde praktijk. Net als bij een papieren tentoonstellings- of collectiecatalogus worden gegevens en artikelen verzameld, geredigeerd en uiteindelijk gepubliceerd. Het besef dat een website andere mogelijkheden biedt om de inhoud te organiseren en presenteren is nog niet in volle omvang doorgedrongen.

De lancering van een website is in tegenstelling tot de publicatie van een boek niet het eindpunt maar het begin van het redactieproces. In de digitale variant kan telkens nieuwe informatie worden toegevoegd en bestaande gegevens kunnen zo nodig worden aangepast. Op deze manier kan snel en flexibel worden ingespeeld op de actualiteit en bij een goede organisatie kan het beheer van de informatie verdeeld worden over verschillende medewerkers. Dat beheer wordt echter lastiger als dezelfde informatie in verschillende online producten voorkomt. Het vereist goed overzicht en een ijzeren discipline om elke update van gegevens op meerdere plekken bij te houden. In de praktijk ontstaan al snel verschillende varianten waarbij het onduidelijk is welke versie de meest betrouwbare is. Met name bij het presenteren van informatie over de objecten van het museum doet dit probleem zich voor.

Een beschrijving van een object is niet een vaststaand gegeven maar de laatste stand van zaken van voortdurend onderzoek. De datering kan veranderen, de toeschrijving, de titel en bovenal de interpretatie van het werk door de onderzoeker. Het is de taak van het museum om telkens de meest recente gegevens te presenteren en bovenden inzicht te geven in de geschiedenis van de duiding van het object. Idealiter doet het museum dit door het aanbieden van een basisbeschrijving volgens de laatste inzichten met een uitputtend bronnenoverzicht. Dit principe zou ook ten grondslag moeten liggen aan de digitale presentatie van objectgegevens. Voorkomen moet worden dat het museum zelf op verschillende sites afwijkende varianten presenteert en dat wezenlijke informatie over één object versnipperd raakt over verschillende online presentaties.

Bovenstaande principes gelden eveneens voor de aanwezigheid van het museum op de sociale websites als Flickr, You Tube en Facebook. Er moet voorkomen worden dat er op dergelijke extern beheerde platformen unieke gegevens over het museum en de collectie staan die niet in het eigen informatiesysteem voorkomen en verloren gaan bij een eventueel beëindigen van het platform. Dat geldt voor de zaken die het museum zelf bijdraagt maar ook voor relevante bijdragen van het publiek. Het is belangrijk om deze informatie systematisch op te slaan, goed te beheren en vervolgens evt. opnieuw te verspreiden over zoveel mogelijk geschikte platformen.

De online aanwezigheid biedt het museum nog een zeer interessante nieuwe mogelijkheid. Behalve het presenteren van de “officiële” gegevens van bijvoorbeeld een museumobject, kan het museum inzicht geven in het proces van het onderzoek naar de beste beschrijving van de collectie. Het kan objectbeschrijvingen als “werk in uitvoering” presenteren en specialisten oproepen mee te discussiëren. Het kan delen van de collectie ter beschikking stellen aan werkgroepen van studenten of andere belangstellenden. Natuurlijk is het aan het museum om te besluiten welke bijdragen uiteindelijk de weg naar de officiële beschrijving vinden, maar het kan geen kwaad zoveel mogelijk mensen op te roepen conceptbeschrijvingen te maken waar uit gekozen kan worden.

Elk museum kent winkeldochters die een sluimerend bestaan leiden in het depot. Collectieonderdelen die veel aandacht nodig hebben om tot hun recht te komen, maar op de een of andere manier altijd onder aan de prioriteitenlijst van het museum terechtkomen. Voor veel van dit soort deelcollecties zijn enthousiaste verenigingen te vinden. Ex Librissen, merklappen, tegels, ornamentprenten, electronische muziekinstrumenten, porseleinen dansfiguurtjes, je kan het zo gek niet verzinnen of er is een vereniging voor. Vaak een groep van bevlogen mensen die veel tijd willen steken in hun liefhebberij. Het zou mooi zijn als het museum dit potentieel zou weten te mobiliseren. Het publiek krijgt de middelen om hun hobby uit te leven en het museum de gegevens die het kan gebruiken om de verbogen collectie te ontsluiten. Goeie deal!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *