Koninklijke meubelen

Mutters en Zoon, fa. H.P., Notenhouten jardinière, messing, notenhout, zink, ca. 1900, Inventarisnummer R3922 Tot half december 2010 is in het Gemeentemuseum Den Haag de meubeltentoonstelling ‘Koninklijk goedgekeurd, Horrix en Mutters, twee Haagse meubelfabrikanten’ te zien.

In de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw behoren zij tot de belangrijkste meubelfabrikanten in Nederland. De vele opdrachten van het Koninklijk Huis hebben zowel Mutters als Horrix het predicaat Koninklijk opgeleverd.

Uit de collectie van het ICN is de jardinière te zien die tot de jaren zestig van de twintigste eeuw deel uitmaakte van het interieur van één van de koninklijke paleizen, vermoedelijk besteld voor Paleis het Loo. De in genre Lodewijk XVI vervaardigde bloemenbak die door H.P. Mutters en zoon gemaakt is rond 1870, staat op de tentoonstelling fraai opgesteld naast het hofgeschenk van ‘de inwoners van ’s Gravenhage en de overige gemeenten van Zuid-Holland, behalve Rotterdam’. Deze koninklijke wieg werd aan Koningin Wilhelmina geschonken ter ere van de geboorte van prinses Juliana. Na haar hebben alle prinsessen en prinsen hierin gelegen, inclusief de dochters van Prins Willem Alexander en Prinses Maxima!

Ook zijn op de expositie drie fauteuils uit het Jachthuis St. Hubertus te zien. Het ICN voert het beheer over de interieuronderdelen in de jachtresidentie van de Kröller Müllers op de Hoge Veluwe. De twee eetkamerstelen en de damesfauteuil uit de theesalon zijn rond 1917 naar ontwerpen van H.P. Berlage ook bij Mutters uitgevoerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *