Vroeger was alles beter! Conservatoren in musea communiceerden via de objecten in tentoonstellingen met de bezoekers. De kranten cq tijdschriften brachten de belangstellenden op de hoogte van de aankomende bezienswaardigheden. In hoeverre waren de objecten toegankelijk voor de bezoekers en in hoeverre hechten de bezoekers waarde hieraan? Was er eigenlijk wel een balans tussen de toegankelijkheid van de objecten en de waarde die de bezoeker hieraan gaf? Een interessante vraag nietwaar? Lees verder met mij mee en vorm een mening!
De vraag wordt nog interessanter nu het digitale tijdperk is ingetreden. De mogelijkheid dient zich aan dat museummedewerkers via het web kunnen communiceren met de bezoeker. Met alle voordelen van dien. De bezoeker kan vanuit zijn luie stoel de tentoonstelling virtueel bekijken. De bezoeker kan actief meedenken en zo betrokken raken bij zijn/haar erfgoed. Dit kan uiteindelijk resulteren in meer fysiek bezoek aan het museum. Een Chinese gezegde luidt; tell me, I”ll forget, show me, I”ll remember, Involve me, I”ll understand. Zoveel mogelijk mensen betrekken bij hun erfgoed daar gaat het uiteindelijk om.
Er zijn verschillende ingangen om de bezoeker via het web te betrekken bij het museum. Het schrijven van blogs, meedoen aan twitter, LinkedIn, Facebook om maar een paar te noemen.
Namens het ICN wil ik je deze maand betrekken bij een aantal onderwerpen die met het virtuele museum te maken hebben. Iedere week schrijf ik een blog met een aantal vragen en iedere week wil ik via twitter, facebook, LinkedIn met je van gedachten wisselen. Waarom? Het gaat om ons erfgoed, en het is belangrijk om elkaar hiervan op de hoogte te houden, elkaar te betrekken in wat waardevermeerdering van het leven kan betekenen.
Namens het ICN wil ik je deze maand betrekken bij een aantal onderwerpen die met het virtuele museum te maken hebben. Iedere week schrijf ik een blog met een aantal vragen en iedere week wil ik via twitter, facebook, LinkedIn met je van gedachten wisselen. Waarom? Het gaat om ons erfgoed, en het is belangrijk om elkaar hiervan op de hoogte te houden, elkaar te betrekken in wat waardevermeerdering van het leven kan betekenen.
Op het museumcongres op 7 en 8 oktober as zal het ICN een workshop houden over virtuele musea en met als hoofdvraag “in hoeverre waardeert de bezoeker de wijze waarop een virtueel museum de collectie toegankelijk maakt?“ Er zal over de mogelijke criteria gesproken worden die hieraan ten grondslag kunnen liggen.
Deze week gaat de vraag over de basis wat versta je onder een virtueel museum? Is dat een museum waar je alleen de openingstijden e.d. kunt vinden (Voldoet een museum hier al aan als deze een website heeft met daarop bezoekersinformatie zoals de openingstijden?) Musea die virtuele toegang bieden tot hun collectie en eventueel deelcollecties? Waar je niet alleen de afbeelding kunt vinden van het object maar ook de achtergrond informatie van het object. Is het second life, je kunt als virtueel poppetje door de tentoonstelling van een museum lopen? Of spreek je pas van een virtueel museum als je gebruik kunt maken van sociale media bv twitter en interactie kunt hebben met het museum? Heel graag wil ik met je twitteren, mailen via LinkedIn, via facebook of anderszins.
Volgende week ga ik je betrekken bij de vraag over of er groot verschil is tussen de bezoekers van het fysieke museum itt het virtuele museum. Een volgend blog zal gaan over musea in samenwerking met andere kunstvormen. Dit naar aanleiding van een duidelijke trend naar commercialiteit.
Vroeger was niet alles beter maar anders! Ga de uitdaging met mij aan, laat je betrekken en je betrokken voelen bij jouw en ons virtuele erfgoed!!!

Lars Leonardo
1jaar geleden
Ik moet iets bekennen. Ik ga (of ging) vooral naar musea voor de rust. Voor een moment, geïsoleerd in de tijd, zoals we vroeger een sigaretje rookten. Een heilig moment. Voor mij is een museum een van de plekken op aarde waar je jezelf kunt hervinden.
Erfgoed brengt je in contact met jezelf. Ook contemplatie, waarvoor een belangrijke voorwaarde rust is, brengt je dichter bij jezelf. Een museum is voor mij een soort kerkhof, een plek voor contemplatie. Ik word er rustig. Een heilige plek, te midden van de skeletten van de overledenen. De basis van onze cultuur.
Een virtueel museum daarentegen speelt in op de behoeftes van je ik-jes. Ik wil veel weten, ik wil geamuseerd worden, ik wil m’n mening kwijt, ik wil erbij horen. Misschien heb ik daarmee wel opgesomd wat in mijn beleving een virtueel museum is. Een virtueel museum schudt je door elkaar. Geen heilig moment dus, geen rust. Wel een geruststelling: de behoeftes van je ik-jes zijn onverzadigbaar, potentieel is er een grote markt. Maar betreft het hier wel erfgoed, brengt het je dichter bij je wezen? Of werkt een virtueel museum juist de fragmentatie van ‘de cultuur’ in de hand?
Is alles niet hetzelfde als niets?
De belangrijkste vraag bij virtuele ontsluiting van collecties lijkt me dan ook: in hoeverre draagt deze ontsluiting bij aan ‘de levende cultuur’ of het levend houden van een cultuur. Lukt het om via de weg van de behoeftes van je ik-jes de gezamenlijkheid, het grote geheel, de eenheid te vinden, dan is er sprake van erfgoed. Lukt dat niet, dan kan er natuurlijk nog steeds sprake zijn van kennisoverdracht. Maar kennis en contemplatie zijn voor mij echter twee heel verschillende dingen. Genoeg uitdagingen voor een virtueel museum, zou ik zeggen!
Lars Leonardo
1jaar geleden
En – bijna vergeten – erg bedankt voor je inspirerende artikel natuurlijk, Marleen!
marleen huber
1jaar geleden
Heel hartelijk bedankt voor je reactie. Het is interessant om te volgen hoe de ontwikkeling van een virtuele museum zal zijn. Geeft het inderdaad de toevoeging van in je eigen omgeving kennis over het object tot je te nemen terwijl je voor de ervaring, de contemplatie, van het object naar het museum zal gaan? Als je niet alleen met de “achtergronden” van het object te maken hebt gehad,via het web, maar ook het object op allerlei mogelijke manieren op web hebt kunnen bekijken, hoef je eigenlijk niets meer te doen dan naar het museum te gaan en daar te zijn. Wat voor ervaring doe je dan op? Bestaat de mogelijkheid om de beleving met anderen te delen? Gaat er dan op een hele andere manier naar het erfgoed gekeken worden? Krijgt het erfgoed dan een andere waarde? Heeft dat dan met een andere manier van toegankelijkheid te maken? Wat denk je?
Pim Bogaers
1jaar geleden
Vanuit een gebruikers point of view gaat het om welke kennis wordt opgedaan. Visuele vormgeving werkt best bij de meeste mensen. Interesse komt vanuit de mens zelf, bij sommige dient dat aangewakkerd te worden en anderen hebben dat in zich. Het web draagt geweldig bij aan de toegankelijkheid. Indien de mensen dan worden aangespoord musea zelf te bezoeken dan is het doel geslaagd. Ga zo door en keep up the good work!
Lars Leonardo
1jaar geleden
Je basisvraag lijkt: hoe verhouden virtuele musea zich tot wat wij ‘cultureel erfgoed’ noemen. Misschien is het inzichtgevend om bij dat laatste begrip te beginnen, want juist de ‘doodsheid’ van ‘cultureel erfgoed’ kan een verklaring vormen voor het maar niet tot leven willen komen van de vooruitgang die wij zo graag willen zien. Bij cultureel erfgoed denken we de laatste tijd aan iets dat ‘leeft’. Maar is dat wel een juiste visie?
Naar analogie van de manier waarop wij geleerd hebben naar organisaties te kijken, kunnen we ook onze samenleving zien als zijnde een systeem met een structuur en een cultuur. De structuur is vastgelegd (dood), de cultuur is ‘hoe het eraan toegaat’, en zit in de mensen. Een te verdedigen visie is dat ons erfgoed niet het levende deel is, maar het dode. Het is de structuur.
Wat wij cultureel erfgoed noemen moeten we dan in feite ‘structureel erfgoed’ noemen: het is immers statisch geworden, gefragmenteerd, gedegenereerd, levenloos. Het herinnert ons aan hoe onze maatschappij eruitzag. En dat is prima, dat geeft houvast. Het is een basis voor contemplatie, het is een mogelijkheid om ons te onttrekken aan de waan van de dag.
Maar de waan van de dag, dat is wel onze cultuur, dat zijn de levende mensen, dat zijn de mensen die niet reageren op een interessante stelling over virtuele musea, maar wel reageren op de meest banale stelling of het meest banale nieuwsbericht in de online Telegraaf.
Op de een of andere manier zit in ons hoofd, lijkt het, dat virtuele musea ‘op een levendige manier’ mensen kunnen betrekken bij ons erfgoed. Misschien is dat wel een verkeerd uitgangspunt. Virtuele musea kunnen wellicht een hele mooie bron van informatie zijn, vergelijkbaar met een mooie tentoonstellingscatalogus, of een platform bieden aan mensen die zeer specifieke informatie zoeken, maar daar blijft het bij.
Refererend aan mijn eerste reactie: bij erfgoed, de structuur van ons systeem, de skeletten van overledenen, hoor contemplatie, rust. Op dit erfgoed bouwen wij de levende cultuur, zoals een koraalrif een systeem vormt, bestaande uit levend koraal op de versteende skeletten van de overledenen. Deze skeletten horen wel bij het rif, en vormen de basis. Die basis moet ‘geconserveerd’ worden, dat is onze opdracht. We moeten er niet op de een of andere interactieve manier in discussie mee willen gaan. Dat werkt niet. Want, refererend aan ‘Is daar iemand’ van Vincent de Keijzer op deze blog: nee, daar is niet iemand. Op een kerkhof moet je stil zijn of fluisteren. Uit respect voor de doden.
Marleen Huber
1jaar geleden
De maatschappij, het leven is in ontwikkeling: stilstand is achterstand. Is erfgoed dood en uit respect moeten wij dat zo maar laten? Dienen wij de objecten te registreren, conserveren, en ze ten toon te stellen en thats it? Ja en neen. Natuurlijk dient er zorgvuldig met ons erfgoed omgegaan te worden. Het erfgoed is van ons allemaal en eigenlijk alleen al uitgaande van dat standpunt dien je open te staan voor alle ontwikkelingen. Het internettijdperk is ingetreden, waarom zou je dat internet niet gebruiken om anderen te laten kennis maken met hun erfgoed? Op die manier is erfgoed namelijk wel levend en zou je het nog veel spannender kunnen maken. De mogelijkheid wordt nu bv geboden om informatie over jouw object, thuis, op je Ipod te downloaden, en dan naar het museum te gaan. Twee soorten belevingen, in stilte en in actie en allebei goed. Immers, je hebt altijd een keuze en waarom zou je als erfgoedinstelling, (virtueel) museum, die keuze niet bieden?
Hans Schraven
1jaar geleden
Ja, de vraag is onder andere of het virtuele museum het bezoek aan een echt gebouw met kunstwerken kan vervangen. En of de ervaring van dezelfde aard is? En misschien biedt de virtuele wereld wel mogelijkheden die je in de fysieke wereld niet hebt.
Wat ik persoonlijk wel jammer vindt dat musea, wanneer ze wat op dit terrein doen, vaak het fysieke museum ‘nabouwen’ op het scherm. Je loopt dus als het ware door het gebouw en ziet de werken hangen aan de muren, de objecten liggen in de vitrines, terwijl we toch weten dat we naar een scherm zitten te kijken. Zoals, de overigens wel heel fraaie, presentatie op: http://www.imarabe.org/sites/default/files/visite-vituelle-arts-islam-exposition/visite-virtuelle-ima-exposition-khalili.htm.
Bovendien is die echte museum omgeving ook al kunstmatig want de werken zijn in de meeste gevallen niet voor dat museum en voor die opstelling gemaakt (op een paar moderne kunstartiesten na die begrijpen hoe marketing werkt en besloten hebben alleen maar werken te maken die slechts door een museum kunnen worden aangekocht en tentoongesteld).
Dus eigenlijk dubbel virtueel, een voorstelling van een voorstelling.
Juist het virtuele domein biedt mogelijkheid om de werken uit hun museum-context te halen en ze onder te brengen in een heel nieuw domein: ze daar of juist heel geïsoleerd te bestuderen, of juist in relatie te brengen met heel andere objecten/teksten/etcetera.
Dus, wat mij betreft: liever niet moeten rondlopen in een nep-gebouw: maar reizen door het onbekende en onverwachte ontmoetingen.
Marleen Huber
1jaar geleden
Hans, prachtige toevoeging van wat een virtueel museum kan brengen. Invulling van wat een virtueel museum zou kunnen zijn, zijn oneindig. De manier waarop je met het virtuele omgaat heeft uiteraard wel te maken met de visie en missie van de instelling. Wat past nu bij mij?