Picture Meeting 5 juni 2008: Cleaning of painted surfaces

Picture Meeting 5 juni 2008: Cleaning of painted surfaces

De Picture Meeting van 5 juni 2008 had als thema Het schoonmaken van beschilderd oppervlakten ofwel The cleaning of painted surfaces en het programma was zodanig gevuld dat het dit keer een hele dag in beslag nam. In de inleidende presentatie vertelde Klaas Jan van den Berg, onderzoeker bij het ICN en organisator van de Picture Meetings, dat het thema een vervolg is op de Picture Meeting van januari 2007 met dezelfde titel. Het is een thema dat de laatste jaren sterk heeft geleefd zowel in het veld als bij het ICN. Het is dan ook onderdeel van een van het ICN programma Schilderkunst. De lezingen in de ochtend en de eerste lezing van de middag vormden allen onderdeel van het onderzoek dat binnen het programma Schilderkunst plaatsvindt of heeft plaatsgevonden.

De eerste lezing werd gegeven door Laura Mills, student schilderijenrestauratie aan het Courtauld Institute in Londen, en ging over watergevoeligheid van moderne olieverven. Haar onderzoek was gelieerd aan de behandeling van het schilderij Les Animaux van Karel Appel (1961, eigendom ICN), waarop watergevoeligheid van olieverf in een aantal van de kleurgebieden voorkomt. Naast onderzoek naar de verf op het schilderij zelf, heeft zij kant-en-klare olieverven uit tubes – 7 verschillende kleuren van 3 verschillende merken – getest met verschillende chemische onderzoeksmethoden. Gezocht is vooral naar metaalstearaten, want het zijn deze toevoegingen aan olieverf, die de boosdoener lijken te zijn bij de droging en degradatie van olieverf tot een watergevoelige verf.

De lezing van Polly Saltmarsh, schilderijenrestaurator en onderzoeker bij het ICN, sloot direct aan bij de lezing van Laura Mills en had als titel: het maken van verf zonder een recept – moderne olieverf reconstructies. Binnen haar onderzoek maakte Polly Saltmarsh verfreconstructies om de invloed van additieven die zich in kant en klare olieverf bevinden verder te onderzoeken. Voor haar reconstructies heeft Polly Saltmarsh nauw samengewerkt met verfmakers Oud Holland uit Driebergen. Het onderzoek richtte zich op toevoegingen van diverse soorten en verhoudingen metaalstearaten in de verfreconstructies. De reconstructies zullen ook in de toekomst voor verschillende andere onderzoeken nuttig kunnen zijn.

Klaas Jan van den Berg, onderzoeker bij het ICN, gaf een lezing over het in beeld brengen van gereinigde verfoppervlakten van schilderijen door middel van microscopietechnieken. Hij gaf een overzicht van een aantal technieken met hun voor- en nadelen: Scanning Electron Microscopie (SEM) Imaging, Confocal White Light Microscopy en microscopie met de Hirox KH-7700. De twee laatstgenoemde technieken geven 3D informatie van het verfoppervlak. Klaas Jan liet enkele voorbeelden zien waarin beschilderde oppervlakten voor en na schoonmaak worden vergeleken. Elke techniek biedt zo zijn eigen voordelen en beperkingen. Een van de grootste voordelen van de twee laatstgenoemde en nieuwe technieken, is dat ze niet-destructief zijn, dat wil zeggen dat er geen monstermateriaal genomen hoeft te worden. Omdat de resolutie van deze instrumenten beperkt is tot ca. 1 m, kunnen zeer kleine details, zoals die wel zichtbaar kunnen worden gemaakt met SEM, niet worden zichtbaar gemaakt.

De laatste lezing in de ochtend was van Maude Daudin, schilderijenrestaurator en onderzoeker bij het ICN. Zij gaf een overzicht van het onderzoek naar droge schoonmaakmethodes. In dit onderzoek, waarvan zij in januari 2007 al een voorproefje had gegeven en dat nog steeds loopt, heeft zij de korte en lange termijneffecten gemeten van een 12-tal droge (of bijna droge) schoonmaakmiddelen op geverniste en ongeverniste oppervlakten. Ze heeft een protocol ontwikkeld voor het vergelijken van effectiviteit en mogelijke schade van de verschillende middelen op verfoppervlakken. Er was veel discussie over dit protocol, waarbij het onder meer ging over de vergelijkbaarheid en toepasbaarheid van de resultaten.

De eerste lezing na de lunch was een vervolg op de lezing van Maude Daudin en werd gegeven door Henk van Keulen, onderzoeker bij het ICN. Hij is als chemicus betrokken bij het onderzoek naar droge schoonmaakmethoden en hij besprak de door hem uitgevoerde analyses van de twaalf gekozen droge schoonmaakmiddelen. Hiervoor had hij niet alleen de gebruikte materialen getest, maar ook eventuele achtergebleven residuen op het testoppervlak. Een opvallende conclusie in zowel het onderzoek van Maude Daudin als van Henk van Keulen was dat het materiaal Groomstick goede resultaten gaf, ondanks dat het plakkerig aanvoelt waardoor je het idee hebt dat het wel residuen achter moet laten. Deze lezing was tevens de laatste die voortkwam uit het programma Schilderkunst.

De lezing van Bronwyn Ormsby, schilderijenrestaurator en onderzoeker bij de Tate Gallery in Londen, gaf een overzicht van het zogenoemde Tate AXA Art Modern Paints Project. Dit belangrijke, ambitieuze project richt zich op verschillende aspecten en problemen van acryl emulsie verven. Het is opgesplitst in verschillende deelonderzoeken, zoals onderzoek naar de rol van surfactanten in acrylverf, onderzoek naar de beste manieren om arcylverf te reinigen en onderzoek naar de vraag acrylverf nou beter wel of niet gevernist kan worden. Zij behandelde ook een aantal casestudies van schilderijen van acrylverf die recent in de Tate zijn behandeld.
Meer over dit project kan men lezen op: www.tate.org.uk/research/tateresearch/majorprojects/conservation_modernpaints.htm. Een boekje dat door Bronwyn en Trish Smithen van Tate is gemaakt kwam helaas te laat om te worden uitgedeeld op deze dag– dit is af te halen of te bestellen bij Klaas Jan van den Berg.

Annelies van Loon, schilderijenrestaurator en onderzoek bij het Mauritshuis, besprak de mogelijke effecten van oplosmiddelen op de mobiliteit van loodzepen in verflagen. Ze gaf eerst een overzicht van de effecten van metaalzepen en hun migratie naar het verfoppervlak van een schilderij. Ondanks een aantal voorspellingen over de mogelijke invloed van verschillende oplosmiddelen op de metaalzepen in een verflaag, blijkt uit de discussie die volgde op de lezing dat dit belangrijke onderwerp in de toekomst onderzoek behoeft.

Ken Sutherland, schilderijenrestaurator in het Philadelphia Museum of Art, gaf een lezing over een onderzoek naar schellak vernissen op een schilderij van William Merritt Chase. Het uitgangspunt was het schilderij ‘Portrait of a Lady in Black – Anna Traquair Lang (1911, eigendom van het Philadelphia Museum of Art) door Chase. Hierop werden plaatselijk aangebrachte schellakvernissen gevonden. Een belangrijke vraag was natuurlijk of deze vernissen origineel waren, omdat dit van grote invloed zou kunnen zijn op de beslissingen rondom de behandeling. Uit een combinatie van bronnenonderzoek en onderzoek naar het schilderij zelf, bleek dit inderdaad het geval te zijn.

De lezing van Esther Ferreira over 3D röntgen tomografie kon helaas niet doorgaan; deze is doorgeschoven naar de volgende Picture Meeting.

De laatste lezing werd gegeven door Carol Potash, schilderijenrestaurator in het Mauritshuis. Zij besprak een aantal voorlopige conclusies over de schildertechniek van Adriaan Coorte aan de hand van het schilderij Twee walnoten. Een van de opvallendste aspecten in Coorte’s werk is dat het overgrote deel papier als drager heeft. De papieren drager is onveranderlijk op een houten paneel geplakt en een belangrijke vraag in het onderzoek was of dat door Coorte zelf al werd gedaan of juist later. Voorlopig onderzoek lijkt in de richting van de eerste veronderstelling te wijzen.

Verslag door Esther E. van Duijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *